En als de pont zo lang was als de breedte van de stroom…
Dan kon hij blijven liggen, zei mij laatst een econoom.
Maar dat was dan weer lastig voor het rivierverkeer,
Zodoende is de boot dus kort en vaart hij heen en weer!
Op deze onbetwistbare wijsheid van drs. P. hebben de Grieken toch een variant gevonden. Bij Lefkas stad is namelijk een oude pont in gebruik als brug. Hij past precies tussen de 2 op- en afritten aan beide kanten van het smalle vaarwater dat het eiland Lefkas met het vasteland verbindt. Het verkeer (inclusief grote bussen en vrachtauto’s) rijdt er heel langzaam overheen. Dit is overigens wel een noodoplossing, want de echte brug (ook een “pontjesbrug” die drijft en deels of geheel kan draaien) is in de reparatie.
Elk uur op het hele uur vaart de pont 90 graden opzij om de scheepvaart (alleen jachten in de praktijk) door te laten. Mooie noodoplossing.
Na de brug varen we het kanaal uit en komen we op de “binnenzee” tussen Lefkas en het vasteland. Een soort Ijsselmeer, maar dan met mooie groene en heuvelachtige eilanden erin en met mooi helder water van 23 graden. We ankeren in de baai met het meest heldere water, Ormos Marathias, de BB kant van Ormos Varko, onder het vasteland. Als we ankeren waait het 20 knopen en bij de tweede poging houdt het, diep in het zand getrokken. Dat kun je met je snorkel nog even checken op meer dan 10m diepte. Rustgevend, maar niet echt nodig om ons zorgen te maken, want na 20:00 uur valt de wind bijna weg en lig je gewoon alleen op je ketting al op dezelfde plek.
Preveza, waar Augustus de slag bij Aktion won
Van Paxos zeilen we rustig ruime wind (12-14 knopen wind) naar Preveza. Als we daar aankomen bij de aanloop waait het harder en lijkt het zowaar op het aanlopen van een zeegat, met een heuse vaargeul tussen zandbanken door.
Preveza is een leukere stad dan de meeste beschrijvingen je doen geloven. We liggen achter ons eigen anker met de spiegel naar de kade, voor de meest populaire bar. Er loopt een wandelboulevard van wel 2 kilometer voor de kade, waar iedereen flaneert, elkaar groet en een drankje doet. Vanaf 18:30 gaan de winkels weer open en we winkelen bij een grote supermarkt. In de stad ’s avonds nog wat gedronken en 2 paar schoenen gekocht voor 30 Euro samen.
De nacht was kort door het enorme lawaai van de bar achter onze boot, tot 05:30 ging het door!
De volgende ochtend vers brood en croissants van de bakker op de boulevard. Hoe Grieks is dat?
Op de achtergrond de landtong van Aktion, waar nu 3 jachtwerven zijn gevestigd, die vooral winterberging aanbieden (een soort Port Napoleon in het kwadraat). We horen goede verhalen hierover, maar zijn toch vastbesloten om weer terug naar Sicilië te gaan voor de winter.
Bij Aktion versloeg Octavius in de beroemde zeeslag zijn grote rivaal Antonius, die Cleopatra achterna vluchtte naar Egypte. Zo ontstond het keizerrijk en werd Octavius tot keizer Augustus.
Paxos: Het echte Griekenland begint hier!
Maandag 4 juli varen we naar Paxos, een klein eiland ten zuiden van Corfu. We ankeren de eerste nacht in Lakka, dat helemaal vol loopt met jachten. Goed opletten met ankeren dus, maar alles gaat goed (mooie zandgrond, 3-4 m diep dus ziet ankers en ketting gewoon liggen).
We eten aan de wal op advies van onze pilot (Rod Heikell) in een echt Griekse taverna, waar drie generaties (Alexandros, zijn dochter en 2 kleinkinderen) de zaak runnen. Je kiest niet alleen van de menukaart, maar in de keuken, waar alles klaar staat. Heerlijke lamsgerechten enzovoorts.
De volgende dag tuffen we 5 mijl verder naar een ander baaitje op de zuidpunt van Paxo (Mongonisi), kleiner maar bijna net zo druk. Hier alleen een strandje met 2 bars. En internet voor de verandering! wifi van de bar haalt het tot de boot met de externe antenne.
Una Facia, Una Racia!
30 juni: We varen van Italië naar Griekenland. Het eerste eiland dat we aandoen is Othoni, ten NW van Corfu. We zeilen de helft van de overtocht (50 mijl) met mooie halve wind, die op het laatst natuurlijk weer inzakt.
Othoni heeft 1 dorp met een haventje en daarnaast een ankerbaai, waarin wij gaan liggen. Als we komen is er niemand, na ons komen tot onze verrassing Roy en Jessica, die we kennen uit Ragusa, ook aan. Zij hebben hun boot wit geschilderd (was blauw) dus we herkenden ze eerst niet. Leuk weerzien!
De volgende dag besluiten we te blijven, het blijft namelijk windstil. Op de wal kreeft gegeten bij een restaurant dat hiervoor beroemd is (rechts in de hoek, met de blauwe kleedjes zoals ons was geadviseerd door Rob en Marion, Nederlandse zeilers die we ontmoetten in Leuca!). Het geheel doet meer Italiaans dan Grieks aan, we spreken Italiaans, Spaans en 2 woorden Grieks met de kok (uit Zuid Amerika) en de serveerster (Griekse). We genieten van speciaal voor ons gemaakte kreeft met spaghetti in mooie saus.
2 juli: bootje op het dek, we varen baar Corfu. Grootste deel zeilend, ook nog door de mist, maar achter de bergen op de N-punt van Corfu valt de wind weer weg. Gouvia is een enorme jachthaven met veel flottieljes die vandaag wisseldag hebben. Dus snel de supermarkt en de chandlery bezocht voor de grote drukte. We gaan hier eigenlijk vooral heen om bij de kustwacht een DEKPA te kopen (document dat je officieel toestemming geeft om in Griekse wateren te varen met je eigen jacht). Zo sponsoren we het arme land met 45 euro! Het lijkt wel de Carieb…
3 juli: we tuffen 3 mijl verder naar de haven van de plaatselijke afdeling van de offshore racing club van Griekenland, die onderdak heeft gevonden bij de Corfu Sailing Club. Direct onder het oude fort op het schiereiland, een klein haventje met eigen bar en een mooi strandje ernaast.
Corfu stad bekeken en dat ziet er in het oude deel wel echt Venetiaans uit, ook de sfeer op straat is nog niet echt Grieks.
Zoals ze hier zeggen: Una facia, una racia (een gezicht, hetzelfde ras). De Grieken, Romeinen en alle andere volkeren hebben zich hier in de Middelandse zee door de eeuwen heen zo onderling vermengd. Ze verstaan en spreken in dit deel van Griekenland nog steeds het Italiaans , maar ook hun Engels is vaak uitstekend, beter dan in Italië. Het toerisme levert kennelijk goed op.
De hak van de laars is leuk!
29 juni: we zijn nu 4 dagen in Santa Maria di Leuca, een havenplaatsje op de uiterste punt van Puglia (de hak van de laars van Italië). Een beetje teveel wind de laatste dagen, maar geen straf om hier te blijven. Het is een leuk, niet erg toeristisch plaatsje met mooie oude villa’s ,een paar kleine winkels en restaurants waar ze heerlijke verse visgerechten hebben van de vis van de lokale vissers.
In een van de restaurants vieren we onze trouwdag met een heerlijke maaltijd. Er is een leuke kade/boulevard en een klein strand, waar je merkt dat het langzamerhand vakantie wordt: meer mensen op straat.
Behalve tussen 12 en half 6, dan ligt echt alles stil vanwege de siësta, zelfs al is het nog niet echt warm nu (28 graden of zo).
Morgen is het plan om naar Griekenland over te steken, naar Othoni, een klein eiland ten N van Corfu.
(foto’s volgen….)
Straat van Messina: veel wind zoals Odysseus al berichtte…
23 juni: Een bewogen dag vandaag. Voor ons niet vanwege de Brexit, dat is ver van ons vandaan….
Wel omdat we van Taormina naar het vasteland van Italië (de straat van Messina dus) oversteken. We varen weg met nauwelijks wind en mooi weer, de voorspelling is 12-17 knopen NW, dus halve tot ruime wind. Zodra we los van de kust zijn, begint dat ook te komen en zeilen we heerlijk onder vol tuig, niet teveel golven. Na een tijdje wakkert de wind aan tot 20-22 knopen, dus we zetten een rif. Daarna nog 1 als we regelmatig 25 knopen zien. Middenop waait het tegen de 30 knopen en rollen we zelfs de G3 half in en lopen we nog 10 knopen. De wind ruimt (waaier-effect van de Straat van Messina) wanneer we dichter bij de overkant komen. Onder de wal wordt de wind steeds minder en de golven zijn weg. Na Capo Spartivento motoren we de laatste 28 mijl in volkomen windstilte en komen we om 18:00 aan in Marina della Grazie (Roccella Ionica), een prima jachthaven met een ondiepe ingang. We worden door een bootje buiten de haven opgehaald en hij leidt ons om de zandbank heen.
Vandaag, 24 juni, onweer en wind tegen, dus we blijven hier. Symbolisch voor de toekomst van de UK, Europa of allebei?
20 juni en 21 juni: Syracuse, oude en nieuwe weelde
We komen om 20 uur in de avond aan, een uur voor het donker wordt. Lange tocht want de wind viel al snel weg en de motor koelde niet goed. De saildrive (aanvoer koelwater) zat verstopt. Langzaam varen dus. Vanochtend met hulp van de locale mecanico snel verholpen door de aanvoerslang van bovenaf door te blazen.
Syracuse is toch een schitterende plaats, al door de Grieken ontdekt als strategische natuurlijke haven. Naast alle klassieke overblijfselen ook de moderne weelde in het vizier: motorjachten van ongekende omvang, zelfs met helikopterdek. Maar ook een mooie wandelpromenade langs de baai, net opgeknapt. We kunnen het niet laten om er neer te strijken voor een flesje Grillo en een bordje lokale kaas en salumi. Heerlijk genieten!
Alle Engelsen zijn even naar huis; kennelijk een referendum op komst daar….
20 juni: eindelijk gaan we weer!
Na een paar dagen opruimen, optuigen en gezelligheid wordt het tijd om de zee weer op te gaan. We vertrekken uit Marina di Ragusa met een mooie ruime wind van 12 knopen die nog opbouwt tot 17. Lekkere start.
14 juni 2016: we zijn weer op de boot. 15 en 16 juni: lekker even bijpraten
We kwamen om 16:00 aan in Marina di Ragusa, de boot lag netjes bij de werf op ons te wachten. Alles prima in orde.
De dag erna poetsen we dek en kuip en binnen uitgebreid.
Aan het einde van de dag komen Maarten en Francoise bij ons aan boord; heerlijk op de boot gegeten en bijgepraat. Donderdag 16 juni gaan we samen op stap met hun huurauto naar Ragusa. ’s Avonds gaan we eten bij onze stamkroeg Il Delfino Vince, aan het strand. We genieten weer volop!
twee weken op de Aurora als vakantiehuis
We blijven vanaf 1 tot en met 13 november in de haven van Marina di Ragusa en we vermaken ons uitstekend. Na een paar wisselvallige dagen met onweer wordt het rustig najaarsweer. Dat betekent hier “weinig wind, blauwe lucht en overdag 22-23 graden” overdag en ’s-Nachts lekker koel. We willen niet meer weg….
de marina..
We gaan een dagje met de bus naar Ragusa (30km in het binnenland) en huren ook een dag een auto, waarmee we het middeleeuwse kanteel van Donnafugata, dat sinds 1300 altijd familiebezit is geweest tot het in 1982 verkocht is aan de gemeente. De film “I Vicere” (The Viceroys) is hier opgenomen in 2007. Ook kopen we echte ambachtelijke kaas in het boerderijtje dat gewoon aan de ingang van het kasteel staat.
Daarna rijden we naar de baroksteden Modica en Scicli, die beide helemaal opnieuw zijn opgebouwd na een aardbeving in 1693, net zoals Ragusa en Noto. Veel cultuur dus. In Modica ontdekken we naast veel kerken ook de originele manier van chocolade-productie, die hier door de Spanjaarden is geïntroduceerd toen zij Sicilië beheersten: De cacaoboter wordt niet gesmolten maar lauw verwarmd en vaak gemengd met natuurlijke verse ingrediënten als vanille, gember, kaneel, zeezout e.d. De smaak is geweldig en de chocola is veel “korreliger” dan wij kennen omdat de suiker door de lagere temperatuur niet helemaal gesmolten is bij de bereiding. Weer iets geleerd….
We maken afspraken voor het voorjaar om de boot op het droge te zetten, zo nodig te antifoulen en de seal van de saildrive te vervangen. Ook bestellen we bij de lokale zeilmaker een nieuwe zeilhuik. Ook hier een goede professionele aanpak dus we hebben er wel vertrouwen in.
Terug naar Marina di Ragusa
Na 2 weken zijn we terug in onze winterplek. Afgelopen zaterdag voeren we met tegenwind, dus op de motor, de 35 mijl van Licata naar Marina di Ragusa. De onweersbuien bleven gelukkig op zee maar het voelde niet helemaal prettig om daar dicht langs te moeten varen.
Na aankomst in onze haven tankten we direct de dieseltank vol voor de winter (om condens in de tank te voorkomen) en werden we weer prima geholpen bij het aanleggen met flinke zijwind in onze box. We liggen mooi vrij van onze buren en we merken dat dit wel zo prettig is, als het zaterdag en zondag hard waait (wind nog steeds dwars) en flinke onweersbuien met veel regen overkomen. We vertrouwen het wel om de Aurora zo achter te laten straks. Zondag kunnen ook eindelijk weer eens de was doen, want er zijn hier in Italië ( en ook Sicilië) bijna nergens wasmachines in de havens. Tussen 2 onweersbuien gaan we terug naar de boot en blijven daar ook de rest van de dag
Inmiddels worden we al aardig opgenomen in de live-aboard gemeenschap hier. Er liggen 150 boten van allerlei nationaliteiten. Op 45 boten blijven de mensen overwinteren aan boord. Daarom wordt er ook veel georganiseerd, zoals een dagelijks VHF-roll-call, tweemaal per week happy hour in een bar enzovoorts. Het doet een beetje denken aan de sfeer in Las Palmas voor de start van de ARC, maar dan zonder de collectieve spanning van het naderende avontuur. Op maandagavond hebben we een gezellige borrel we met een aantal Nederlanders bij ons aan boord. Vandaag op de fiets naar de markt, die helaas tegenviel. De rest van de dag klusjes aan boord gedaan en zo meteen gaan we naar de eerste”havenborrel”.
We ontdekken nog een voordeel van deze haven: er zijn 2 zoetwaterbronnen in het havenbekken en dat scheelt enorm in de aangroei tijdens de wintermaanden!
Empedocle naar Licata: lekker zeilen op zijn mediterraans
We voeren weg met mooi weer, windstil helaas. De buien, die in de avond en nacht vielen, zijn helemaal weg! We konden halverwege de motor uitzetten en dobberden met 3-5 knopen naar Licata, waar we al vroeg in de middag aankwamen. Tijd om het plaatsje te verkennen wat eigenlijk leuker bleek te zijn dan we dachten. Naast de grotere, maar wat vervallen palazzi liepen we door de kleine straatjes bij de vissershaven. We gingen ook maar direct langs de grote Conad supermarkt vlakbij de haven en sloegen goed in.
29 oktober: weer in Empedocle
Vandaag 28 mijl op de motorgevaren, want de wind liet het weer eens afweten. We vertrokken in de miezer-regen, na veel onweer en harde regen in de nacht. Maar al snel klaarde het weer op en we hebben lekker in de zon kunnen genieten. Vanavond voor 3 euro met zijn tweetjes pizza gehaald! 3 soorten, vers bereid en heerlijk. De veerboot uit Lampedusa (zonder vluchtelingen) kwam zojuist aan. In de kleine havenkom moet hij 180 graden draaien en dan netjes achteruit voor de wal komen, tussen een andere veerboot en de hoek van de haven. Toch lastig voor een boot van 400 voet! Bij het laatste deel van deze manoeuvre gooide hij zijn anker aan loef overboord ondanks de duidelijk goede werking van zijn boegschroef. Misschien uit veiligheid of voorzichtigheid?
28 oktober: Aan de wind met stralende zon naar Sciacca
We zeilen!. lekker hoog aan de wind onder vol tuig met ca 12 knopen true. Dit is waarom we hier willen varen! Eind oktober en dan dit weertje…. We komen in Sciacca (spreek uit “Tsjakka”) en bezoeken het historische centrum, hoog boven de haven gelegen. Mooie oude gebouwen en heel gezellige smalle straatjes. In de avondschemering lopen we de trappen weer af en komen langs de vissershaven, waar volop gewerkt wordt op werfjes en in werkplaatsjes. De vissers zelf genieten van een birra na een dag hard werken. Wij eten lekker aan boord.
26 oktober: Naar Marsala
We varen naar Marsala met tegenwind en rare golven waar we bij de Polaris werf een goed plekje vinden. Het blijft nl. ZO waaien de komende dagen en daar moeten wij juist heen. We bezoeken dus de Florio wijn- en Marsalawinkel en blijven een dagje liggen. De werf doet ons nog een goed aanbod voor een hellingbeurt in het voorjaar, dus wie weet. Ze zijn ook al 35 jaar Volvo Penta dealer dus ook de motor kan dan even een beurt krijgen. We houden het in beraad…
25 oktober: Isola Favignana
We varen 11 mijl, voorbij Marsala, naar Favignana, 1 van de Egadische eilanden voor de westpunt van Sicilië. Leuk klein dorpje op het eiland, dat in 1860 de grootste tonijn-inblikkerij kreeg die je ooit gezien hebt. De familie Florio, ook beroemd van de Marsala-wijnen, kocht de 3 eilanden in 1860 en exploiteerde de tonijnvangst met Matanza’s. Dat zijn enorme drijfnetten in de vorm van fuiken waar de tonijnen in hele scholen tegelijk in kwamen. De tonijntrek komt namelijk 2 keer per jaar precies hier langs! In de oude fabriek is nu een museum waar je kunt zien hoe dat allemaal ging, met roeiboten en handkracht van honderden mensen tegelijk bij het binnenhalen van de netten.
Passagieren in “Afrikaans Sicilië”
23 oktober: we huren een auto want het waait N-6 en dat blijft nog even zo. We rijden naar Castellovetrano en Selinunte. In Castellovetrano lopen we rond in het oude stadscentrum met mooie gebouwen maar ook wel wat vergane glorie.
We stoppen onderweg bij de kleinschalige olijfolie-fabrikant die in volle actie is. Er komen continu bestelbusjes, auto’s met aanhanger en tractoren met karren aan, die hun eigen oogst hier komen inleveren. Het is geen cooperativa, maar een private perserij die sinds 5 jaar wordt gerund door een echtpaar. Zij persen voor de boeren, die de olijfolie zelf weer meenemen om te bottelen. Maar ze maken ook hele mooie olie onder hun eigen merk en ook aanverwante produkten, tot en met olijfpate. We kopen olie van 1 dag oud, die heerlijk is, en een potje olijvenpaté.
In Selinunte lopen we vol verwondering langs de fraaie tempels en over de agora. We zijn diep onder de indruk, zeker als we op de terugweg ook de originele steengroeve bezoeken waar de Grieken de zandstenen kolommen voor de zuilen uithakten. Je kunt nog precies zien hoe ze dat deden!
Vandaag, 24 oktober, bezoeken we Marsala, weer een mooie oude stad met veel Italiaanse geschiedenis. Mooie oude palazzos van de aristocratische families en natuurlijk de poort van Garibaldi. In 1860 landde hij hier met zijn 1000 man als start voor zijn missie om Italië tot 1 land te smeden.
Daarna nog tussen de zoutpannen gelunched en Pieter en Brigitte op het vliegveld afgezet. Weer terug naar de boot in Mazara del Vallo. Wel een stuk stiller zo met ons tweetjes….
21 oktober: zeilen naar Mazara del Vallo
Weer een lekker dagje zeilen, hoewel het begint met een regenbuitje. Daarna klaart het op en we komen om 14:30 in Mazara del Vallo aan. Dit ligt net op de ZW-punt van Sicilië en is een smeltkroes van Afrikaanse en Europese cultuur. Veel Tunesiërs die een winkeltje exploiteren of gewoon op een terrasje zitten.
De wind draait naar het NW en trekt hard aan. We leggen extra lijnen voor en achter en zorgen dat we goed vrijliggen van de steiger.
Gelukkig gaat alles goed en worden we de volgende ochtend wakker zonder schade, maar wel met veel wind en regen. Passagieren doen we later als het droog is.
20 oktober: zeilen!
Vandaag zeilen we. We vertrekken uit Empedocle met weinig wind maar die trekt later aan.
We zeilen naar Sciacca, Heerlijk voor de wind afkruisen met de genua op de boom. We timen de gijp perfect en komen precies voor de havenmonding uit.
Sciacca is weer een grotere jachthaven maar wel wat sleets. De electra hangt er losjes bij maar alles werkt wel. We eten heerlijk in een piepklein restaurant met alleen Italiaanse gasten, 3 gangen met wijn voor 25 euro p.p. Zwaardvis a la Palermo, heerlijk!
19 oktober: we tuffen verder… naar Empedocle
Weer geen wind, dus het motorzeil doet zijn werk. We varen langs Agrigento en zien de tempels vanaf de zee. We bezoeken ze misschien later nog. In Empedocle liggen we in een hoekje van de commerciële haven waar 2 vrachtschepen liggen en de ferry naar Lampedusa aanlegt. We zijn de enige gasten in de jachthaven.
Empedocles, de naamgever van deze haven, stortte zich in de krater van de Etna om te bewijzen dat hij goddelijk en onsterfelijk was. Maar de Etna spuwde 1 van zijn sandalen weer uit en prikte het sprookje door….
Wij liepen door het slaperige stadje en kochten verse gambera rosa en lekkere groenten op een marktje.
18 oktober: we varen weer!
Vandaag starten we de motor en tanken diesel. Er is namelijk geen wind! we tuffen 35 mijl naar Licata. Ook dit is een overwinteraars-jachthaven, maar duidelijk minder goed geoutilleerd en minder gezellig. Ook de plaats zelf is niet echt bijzonder..
16 oktober: terug op de boot!
We vliegen met Pieter en Brigitte samen naar Comiso, het vliegveldje vlakbij Ragusa. We landen in het donker, nemen de taxi die voor ons klaar staat en vinden “op de tast” de boot terug. Alles is gelukking in orde. Na de walstroom aangesloten te hebben, gaan we lekker op de wal eten.
De volgende dag richten we de boot weer in, gaan boodschappen doen en genieten vooral van het heerlijke warme weer met stralende zon.
29 en 30 juli: de laatste stukjes zeilen voorlopig; naar Marina di Ragusa
Op 29 juli varen we om een uur of 12 de haven van Syracuse uit. Eerst lekkere dingen op de markt gehaald en camping gaz flessen omgewisseld. In Frankrijk wilden ze onze lege flessen uit de Carieb niet omwisselen omdat er geen camping gaz logo op stond, maar dat was hier geen probleem.
We varen naar Marzamemi, een soort wadden- en stranddorp op de uiterste zuid-oost punt van Sicilië. Lekker gezeild, op het laatst kruisen met 12 knopen ware wind. “Voor de deur” van de haven ligt een uitgebreide mosselkwekerij.
30 juli is onze laatste zeildag voorlopig; 36 mijl naar marina di Ragusa, waarvan we de laatste 10 mijl gelukkig nog kunnen zeilen (als de seabreeze eindelijk opsteekt). Het voelt koeler aan op het water en er is een lichte swell in het begin. Duidelijk is dat we hier op een groter stuk zee komen tussen Noord Afrika en Italië. We zien nog geen bootjes met vluchtelingen, wel veel meer kustwacht-activiteit dan eerder.
Marina di Ragusa is tip-top! Met Europees geld gebouwd en gereed in 2009, toen de crisis op zijn hoogtepunt was. Dus hebben ze te weinig vaste klanten weten te krijgen en bieden ze de aantrekkelijkste tarieven, zeker om je boot in de winter achter te laten. Dat overwegen we dus ook serieus want je ligt hier goed beschermd. Het lijkt wel wat op de marina’s die we langs de Spaanse costa’s hebben gezien, maar Italië is gewoon net leuker.
We worden verwelkomd met een smile en professionele hulp, zowel door de marinero als in de officina. We liggen aan een nog vrijwel lege steiger maar deze is schijnbaar al volgeboekt voor alle winterliggers, voor ons is ook alvast een plekje, ook al komen we nog terug later in het jaar. Direct de was gedaan, wifi doet het zomaar en er is een warme bakker en een leuke bar in de haven. Verder een leuk oud dorpscentrum met allerlei vertier en mooie stranden. We snappen dat er ook mensen zijn die hier op de boot overwinteren.
We kunnen de boot ook droog zetten in de winter als we dat willen want er is ook een flinke werf bij deze marina; dat gaan we maar eens verder beoordelen.








































































