Zeilersverhalen van Pigeaud

Laatste

Hallo zeilvrienden!

Volg ons nu ook in de Med waar we weer nieuwe bestemmingen opzoeken. Na onze zeilreis in 2013 en 2014 met als verste bestemming de Caribische eilanden. We geven je reisverslagen, maritieme recepten en voorbeelden van leuke businessmodellen die we tegenkomen. Ook  weer zoals in 2012, toen we de Oostzee rondzeilden.

Barbaggia

We rijden vanaf het kerkje van San Pietro verder, eerst afdalend tot zeeniveau naar een baai met een haventje waar we niet kunnen komen met de boot (te klein) in Cala Gonone. Maar het plaatsje is minder leuk dan we dachten (veel toerisme) dus we zijn na een goede cappucino weer snel vertrokken. Verder over de enige weg die door de bergen loopt naar Nuoro, Dorgali en Oliena. Dit laatste plaatsje is erg leuk: oude smalle straatjes en veel muurschilderingen van echte kunstenaars, geïnitieerd door de pastoor van het dorp…we bezoeken erna nog een bijzondere plek: de grootste bron van Sardinië, die midden in de bergen ligt (Su Gologone)

de grootste bron van Sardinië, die wel over 20 km onder de rotsen door lijkt te lopen en meer dan 135 m diep onder water gaat.

We lunchen er heerlijk, weer met Sardijnse specialiteiten (salade van gegrilde geitenkaas en honing en schapenvlees aan een spies). Heerlijk en als je samen 1 portie deelt nooit teveel. Dat is hier ook heel gewoon.

onze lunchplek, rechts op de foto op het terras achter de muur

Daarna rijden we weer terug naar de haven. We moeten omrijden want er blijkt een grote bosbrand te zijn uitgebroken zodat de snelste weg afgesloten is.

bosbrand

In het dorp zijn we maar even langs de supermarkt gegaan om flink boodschappen, water, bier en wijn in te slaan nu we de auto hebben. Dat scheelt veel sjouwwerk.

De oostkust van Sardinië (2)

In Arbatax hebben we heerlijk Sardijns gegeten in het havenrestaurant: Fregola (een soort grovere couscous) en Ricciola (Amberjack of goudmakreel, een witte grote vis die je in moten bereidt). Heerlijk!

Na Arbatax varen we wel 3 mijl naar de overkant, naar Santa Maria de Navarrese. Niet zonder halverwege even geankerd te hebben voor een paar rondjes zwemmen natuurlijk. Dit plaatsje is gesticht in ca 1067 door prinses Maria de Navarra, die hier schipbreuk leed na de overtocht vanuit Spanje in de periode dat de Spanjaarden heer en meester waren over Sardinië. Ter nagedachtenis bouwden de Spanjaarden er een kerkje, waarvan een deel nog overeind staat en inmiddels is opgenomen in een groter geheel.

de haven van Santa Maria de Navarrese, in de verte op de landtong ligt Arbatax

zij waren er ook bij….

Het gaat volgens verwachting echt hard waaien de komende 3 dagen (Mistral vanuit het noordwesten, dus liggen we hier heel beschut achter de rotsen).

We huren een auto en maken een tochtje door Barbaggia (het hoge binnenland, waar de autochtone Sardijnen zich steeds meer terugtrokken met de komst van steeds weer nieuwe overheersers) en Supramonte (een heel hoge bergkam tussen Barbaggia en de kust, de bergpas erheen ligt boven de 1000 meter. Veel steile en kleine weggetjes waarover de 2e etappe van de Giro d’Italia in mei ook ging. Overal zie je nog tekens op de straat staan, er hangen roze fietsframes en wielen aan de bomen en, belangrijk, bijna langs de hele weg is de vangrail vernieuwd en vaak verhoogd. Toch lijkt het levensgevaarlijk om hier met een grote groep hard te fietsen. Wij hebben gelukkig de auto….

oud kerkje di San Pietro, midden in een soort wildwest omgeving waar verder niets is behalve een paar ezels. Verderop komen we ook zwijnen en geiten tegen langs de weg

we zijn op Safari: ezels, zwijnen en geiten in het wild….

De oostkust van Sardinië

Na nog een extra nachtje voor anker in de prachtige baai ten westen van Capo Carbonara zeilen we weg.

barbecue met de Cobb terwijl we voor anker liggen

zonsondergang bij Capo Carbonara

wachttorens alom langs de kust; deze ligt naast Porto Corallo

 

 

 

24 mijl naar het noorden langs de oostkust naar Porto Corallo, een handige stop, maar een een saaie  / functionele haven. De volgende dag gaan we verder naar Arbatax.  De oostkust van Sardinië is dicht begroeid en heeft steile hellingen die tot in de zee lopen. Af en toe is er een baaitje met een strandje. Met oostenwind is dit wel lagerwal , ankeren is dus geen optie, en dus zeilen we door naar Arbatax.

rode rotsen langs de kust voor Arbatax

 

 

 

de haven van Arbatax, een leuk dorp met wel wat toerisme, maar van het rustige soort. Mooie marina binnen in de grote haven waar ook grote hijskranen zijn maar geen verdere activiteit te bespeuren valt.

hier ligt een “oer Grand Soleil” , de 34 waarmee de serie in 1974 begon…

 

Cagliari en Capo Carbonara

Op 17 juli eten we samen met Martijn gezellig in een restaurant in de drukke smalle straatjes van Cagliari, nadat we het stadje en de burcht bekeken.

18 juli vertrekt Martijn weer naar Nederland. De trein naar het vliegveld vertrekt op loopafstand van de haven, dus dit is een prima plek voor een bemanningswissel. Over een paar weken komen Milou en Lennard ook hierheen. Martijn legt de haven vast vanuit het vliegtuig.

waar ligt onze boot? zoekplaatje!

Wij doen de was en lopen nog wat door de stad en doen wat boodschappen.

Op 19 juli vertrekken we naar de Capo Carbonara, waar we al langs voeren toen we uit Sicilië kwamen. Nu gaan we zien hoe mooi het er echt is. De Capo heeft ankerbaaien aan beide kanten en wij kiezen de westbaai, want het is en blijft oostenwind voorlopig. Een prachtige baai, waar plek voor veel boten is zonder dicht bij elkaar te hoeven liggen. We ankeren achter de meeste andere jachten om vrij uitzicht te hebben. Het water is kristalhelder, je ziet de schelpjes in het zand op 8 meter diepte haarscherp liggen met de snorkelbril. Het anker kunnen we zo ook heel goed checken.

de kaap zelf (naar het zuiden gezien)

De kust is hier, anders dan in Sicilië , mooi begroeid. Op de heuvels staan veel fraaie villa’s en het geheel doet wel wat denken aan een ankerbaai in de Carieb.

Aurora in de ankerbaai (naar het noorden gezien)

Er is ook een jachthaven, maar die is vooral duur en niet zo heel gezellig. Er liggen veel vreemde schepen, maar ook een schitterende GS56.

ijsbreker op Sardinië? deze was op weg naar de jachthaven….

We leggen er aan met de dinghy en lopen een rondje over de landtong, die de kaap (rotsen) verbindt met het echte Sardinië. Deze landtong is eigenlijk een flinke zandbank, waarin een ondiep meer ligt. In dat meer barst het van de flamingo’s, die er kennelijk lekkere vis weten te vinden want hun koppen zijn meer onder dan boven water!

onbekende vogels in het meertje op de landtong

We barbecueën op de boot met de Cobb op het achterdek en vieren dat Martijn zijn bachelordiploma vandaag gehaald heeft!

flamingo

Even terugspoelen: zeilen rond de Egadische eilanden met Martijn

Voor we de oversteek naar Sardegna maakten, voeren we eerst met Martijn een paar dagen rond bij de Egadische eilanden en de NW-punt van Sicilië.

Martijn kijkt naar een vreemd eilandje

Het is een van de oude tonijnfabrieken van Florio, die ooit het hele eiland Favingana ook in bezit had

Van Trapani zeilden we eerst naar Favignana, dat ten westen van Sicilië ligt. We ankerden in een baai aan de zuidkant van het eiland omdat de voorspelling was dat er noordwesten wind kwam. Die kwam ook wel, maar er liep nog een oude deining uit het zuidwesten de baai in. Lekker rollen dus.

uitzicht vanaf de boot op de rots van Favignana, waar naar verluidt de vader van Hannibal al een burcht liet bouwen. Hoe je dat kan doen, terwijl er maar 1 klein geitenpaadje (ook nu nog) tegen de steile berg omhoog loopt, is ons een raadsel

We gingen met de dinghy aan land en liepen in 15 minuten dwars over het eiland naar het dorpje Favignana, waar we in 2015 ook al waren. Een bezoekje aan de oude tonijnfabriek en een drankje op het dorpsplein waren dus bekende leuke dingen om nog eens te doen, nu met Martijn erbij.

Terug bij de boot werd het al snel donker en aten we lekker in de kuip. Het plan om te barbecueën met de Cobb ging niet door vanwege de deining. Wel lekkere wijn gedronken, die we van onze haven in Trapani cadeau kregen.

Aurora ligt te rollen, dwars op de wind, omdat er een oude deining loopt

wijn van de haven in Trapani

De volgende dag zeilden we om de noordwestpunt van Sicilië heen naar Castellammare del Golfo, een leuk oud en kleinschalig dorp in een diepe baai. We konden hier wel goed barbecueën, want de haven was behoorlijk leeg dus niemand had er last van. We hebben veel rondgelopen door het oude stadje en goed boodschappen kunnen doen. Erg gezellig met Martijn erbij!

Martijn is een goede barista!

uitzicht vanaf Castellammare del Golfo op de baai. Achter de volgende punt ligt Palermo

 

 

Uitzicht op de haven van Castellammare del Golfo

Ook konden we hier onze dieseltank vullen, wat altijd een goed idee is als je een nachtje gaat doorvaren.

200 mijl over bakboord….

16 en 17 juli. We varen van Sicilië naar Sardegna. Er is voorspeld dat we NO tot N wind krijgen en dan is het mooi bezeild van Castellammare del Golfo (tussen Trapani en Palermo) naar Cagliari met een koers van 290. Martijn gaat mee omdat hij voor een habbekrats ook vanaf Cagliari kan vliegen in plaats van vanaf Trapani. Met zijn 3-en is wel zo prettig als je een nacht doorvaart met veel wind.De Italiaanse VHF geeft namelijk veel stormwaarschuwingen maar wij vertrouwen op onze eigen weerberichten. Die komen gelukkig uit. Het gaat niet harder dan 20-25 knopen waaien volgens ons.

uitzicht vanaf de boot op Castellammare del Golfo (waar we vertrokken)

We vertrekken rustig om 09:15 en motoren eerst 2 uur naar buiten, waar de zeilen erbij kunnen. Het gaat inderdaad stevig waaien, tot 23 knopen in de vlagen. Daarom varen we in de nacht met de stagfok en dubbel gereefd grootzeil. Desalniettemin maken we 184 mijl in 23,5 uur, wat toch een aardig gemiddelde is. De laatste 20 mijl voorbij Capo Carbonara naar Cagliari kom je achter de bergen in de luwte, dus gaat de motor na een uurtje toch maar aan.

Hieronder 2 leuke plaatjes van ons plotterscherm van het moment dat we bijna bij de Capo Carbonara aankwamen:


In de haven waait het plotseling uit het zuiden, precies vanuit de tegenovergestelde richting van wat er op zee gebeurt. Lokaal landeffectje?

Na alles ontzilt te hebben (de railingdraden waren wit van het zout…) gingen we de stad in. Leuke oude plaats tegen de heuvel gebouwd. Bovenaan de heuvel kom je in de oude burcht waar nog een verdedigingstoren uit de 13e eeuw overeind staat, die de Pisanen hier bouwden om de Genuezen en andere onverlaten buiten de stad te houden. Indrukwekkend!

de Olifantentoren

 

 

10-12 juli: Trapani. Martijn komt aan boord

Op 10 juli tuffen we 35 mijl naar Trapani, op de NW-punt van Sicilië. Letterlijk betekent dit “de sikkel” in de taal van de Feniciërs die Sicilië ooit als eersten veroverden. Kijk maar op de kaart en je ziet waarom. We maken onderweg nog even een korte lunchdip, want het is zelfs op het water erg warm.

vissershaven en fort aan de zuidzijde van de sikkel van Trapani; daarnaast is elke dag verse vis- en groente/fruitmarkt

de sikkel van Trapani (noordzijde)

We liggen, op advies van een Italiaan die naast ons lag in Valetta, in de haven van Vento Maestrale, naast de vissershaven en helemaal aan het einde van de sikkel, bij het oude fort. Leuk!

11 juli komt Martijn aan, na een voorspoedige vlucht en busreisje vanaf het vliegveld. We eten lekker bij Patio, wijnmuseum en restaurant op 10 minuten lopen van de marina.

straatje in het oude Trapani

12 juli blijven we nog liggen, want het waait. En met zuidenwind is dat niet handig voor de ankerplaatsen langs de zuidkant van de Egadische eilanden waar we heen willen. Je mag daar ankeren of een mooring pakken mits je online een vergunning koopt, want je ligt in een natuurgebied. Gaan we morgen hopelijk doen.

Vandaag de 12e gaan we naar Erice, een middeleeuws dorpje met meer dan 10 kerken, bovenop een berg van 700 meter hoog naast het stadje Trapani. Heen per kabelbaan (een heuse Leitner skilift met gondeltjes!) en terug met de bus. Boven lopen we rond door het oeroude en rustige stadje en Martijn trakteert ons op een lekkere lunch (pizza).

in de kabelbaan naar Erice, met achter ons de “sikkel”

 

smalle straatjes en oude burchten in Erice

Daarna zijn we, als we weer terug zijn op de Aurora,  zo moe en warm dat we in de kuip wat zitten te lezen. Siësta is met dit weer een verplicht nummer; we beginnen de Italianen te begrijpen, die van 12 tot 16 uur allemaal van de straat zijn en de winkels ook sluiten.

Kijk ook even terug…

Naar het complete verhaal van 8 dagen blogstilte, nu met foto’s en een grappige gebeurtenis

8 juli: half op de motor, half zeilend, om de ZW punt van Sicilië heen

We blijven maar 1 nacht in Sciacca wat we al kennen van 2 bezoeken in 2015. De volgende dag is het westenwind (tegen dus). We vertrekken daarom weer vroeg om in de ochtend zonder wind naar de Capo Granitola te motoren, waarna we op alleen de genua 1 lui halve wind naar Mazara del Vallo zeilen.

Dat is een levendige vissersplaats waar we ook in 2015 met Pieter en Brigitte een paar dagen lagen. Er is 1 steiger waar het voor een deel diep genoeg is voor ons. We gaan in de avond het stadje in dat nu bruist van de activiteiten (het is zaterdagavond!), o.a. bruiloften en live muziek aan de boulevard. Grappig om te zien dat de sfeer hier al wat Tunesisch begint te worden. Veel vissers zijn hier van Afrikaanse afkomst en er is een soort medina, waar de vissers wonen.

Toch is er ook veel Italiaanse sfeer, o.a. een mooi Jezuïetenklooster aan, natuurlijk, de Via Garibaldi.

jezuïetenklooster in Mazara del Vallo

We aten in de Rosticceria di Giacomo, 2 km het stadje in, een goede tip van Tripadvisor. Een halve take-away met simpele kaart maar wel heel lekker. Met een halve liter wijn voor 2 euro waren we samen 30 euro kwijt voor 3 gangen!

Daar, aan het einde van de enige jachtensteiger, is het diep genoeg voor de Aurora

Vandaag, 9 juli, rustdag. In de haven is er veel beweging van dagjesvaarders, wij puffen van de hitte in de kuip. Dan maar een berichtje schrijven….

8 dagen blogstilte, wat nu? het echte verhaal van o.a. de petrolboat…

We zijn van 27 juni tot 6 juli op Malta gebleven. Eerst onze trouwdag een tweede keer gevierd in het Sicilaanse restaurant Fumia aan de haven van Valetta. We voeren er met de rubberboot in 5 minuten heen terwijl lopend wel een half uur was geweest….

restaurant Fumia vanuit de rubberboot toen we weer terugvoeren na ons diner

Veel gezien en veel opgetrokken met de vrienden van Marleen vanuit haar tijd op het college, Nicky en zijn vrouw Rhona en Ann. We vierden met hen de nationale feestdag en gingen met hen een rondje varen op de Aurora.

uitzicht vanaf het terras van Nicky en Rhona; adembenemend!

We werden na een lunchdip in de ankerbaai van Il Hofra gepraaid door een patrouilleboot van de Maltese marine, die zich op de marifoon meldde als “Petrolboat 23”. Gebrekkig Engels komt niet veel voor op Malta, waar iedereen tweetalig onderwijs geniet, maar kennelijk wel bij een kapitein van de marine…

Nu hadden we niet direct benzine nodig, maar we antwoordden toch maar even netjes. Na wat routinevragen over onze boot, nationaliteit, thuishaven, vertrekhaven en bestemming, wilden ze onze papieren zien en daarvoor langszij komen. Met een rommelige golfslag en precies op de enige plaats waar het minder dan 10 meter diep was, leek ons dat geen goed idee.  Te meer omdat we bij aankomst op Malta al keurig hadden ingeklaard bij de immigation, ondanks het feit dat Malta een Schengen land is. Dus we stelden voor om dit in Valetta in de haveningang te doen of anders per dinghy langszij te komen. Dat was te ingewikkeld. Na een uur wachten op instructies van de wal (wij moesten stil blijven liggen), werd er een dinghy te water gelaten en kwamen 2 mannen naar ons toe met de bedoeling om langszij te komen. Maar deze petrolboys hadden duidelijk gen cursus vaarbewijs gedaan en slaagden er alleen in om grote rondjes te varen om ons heen zonder dichterbij te komen. Dat mislukte dus ook. Daarop mochten we doorvaren onder voorwaarde dat we de volgende dag persoonlijk de documenten kwamen tonen op hun kantoor op de marinebasis. Maar dat was een zondag en dan was het kantoor dicht… Maandag kon ook niet, dus na veel gedoe mochten we alles per email (foto’s van de originelen) indienen, waarna nog een keurig bedankmailtje kwam. Ze letten dus toch wel op aan de buitengrens van de EU!

lachen bij de “petrolboat 23”

 

 

 

Nicky, Rhona, Ann en wijzelf (vrnl)

3 en 4 juli ging Frans even terug naar NL om een workshop te geven en Marleen bleef op de boot en ging op stap met Ann.

Art festival in Valetta waar Marleen met Ann naar toe ging

5 juli gooiden we eindelijk los en verlieten Valetta. Na een nachtje voor anker bij Comino, zeilden we op 6 juli lekker 79 mijl halve wind  naar Sicilie. We kwamen in Licata om 17:30 aan en konden nog naar de supermarkt naast de haven. Flessen water ingeslagen, want hier hoef je er niet ver mee te sjouwen.

7 juli op de motor naar Sciacca gevaren, want de wind liet het helemaal afweten.

Sciacca, tegen de heuvel gebouwd oud stadje