Derde prijs in leg 1 BVI-Bermuda
12 mei. Gisteren prijsuitreiking tijdens het “sitting diner” in de dinghyclub. Weer veel grappige prijzen, o.a. voor de beste blog op de WCC site, die gewonnen werd door Jan en Annelies van de Anna Sophia.
Wij wonnen de derde prijs in onze klasse, dus beide Nederlandse deelnemers op het podium! We mogen tevreden zijn.
Ballytrim (Swan 46) werd tweede en Sparta (Centurion 40) won onze klasse. Dankzij het lichte weer leek het ratingsysteem eindelijk ongeveer te kloppen voor ons.
De Goslings rum en bijbehorende cocktails die werden aangeboden door Goslings rum (Bermuda) smaakte dus extra goed!
Naar Bermuda met de ARC Europe
Nanny Cay: voorbereidingen voor de oversteek ARC Europe

Farewell party and dinner
We komen op 25 april in Nanny Cay marina aan. Mooi aangelegde haven met strand en beachbar, winkeltjes incl. een Budget Marine chandlery. De ARC organisatie start vandaag (28 april). We hebben ingecheckt, de safety check ook al gedaan en de eerste sundowner in de beachbar al achter de rug. Er zijn nu 22 boten van de 30 aanwezig en we leren direct een aantal nieuwe zeilers kennen maar komen ook oude bekenden van de ARC tegen. Kortom: het is gezellig en druk.
Vandaag duiken Kees en Nadia op het wrak van de Rhone en krijgt Frans duikinstructie en een eerste duik naar 12 meter bij het koraal van The Pelicans. Een ervaring om te herhalen!
23 en 24 april: genieten voor Cooper Island beach Club
We varen op 23 april weer een wereldafstand: 8 mijl. Langs Peter Island en Salt Island naar Cooper Island door het Sir Francis Drake Channel. Samen heten ze hier echt de Channel Islands (net als in het English Channel, alleen dichter bij elkaar).
Cooper Island ligt heel rustig en er is eigenljk alleen een beach club met restaurant en 4 hotelvilla’s. Mooie snorkelplek ook net om de hoek waar je de oceaandeining al ziet (maar die is heel rustig nu).
We eten lekker in de beach club en relaxen heerlijk in de zon.
Benures Bay op Norman Island: de mooiste snorkelplek en tegelijk plaats van afscheid
We liggen 21 en 22 april heerlijk rustig in deze baai op Norman Island.
Dit eiland is een piratennest geweest en er is een heuse schat begraven en 200 jaar later teruggevonden. Deadman Chest is hier ook in de buurt. The Pirates of the Caribean is dus realiteit geweest hier!.
Met Heckogecko, Maris, Ikiro, Maranne en Cassandra liggen we hier samen. Verder nog 2 andere boten en een leeg strand. We maken een mooie wandeling en snorkelen veel. Samen sundowner en eten op het strand want we nemen afscheid van elkaar ( de meesten zien we niet meer voor de Azoren of misschien daar ook niet).
Een gek idee na al die vanzelfsprekende dagen vol plezier en met elkaar optrekken. We gaan een reünie organiseren in Muiden of Naarden, hebben we beloofd!
Filmpjes op aparte berichten hierna
sailing in USA waters….naar Norman (Treasure) Island
19 april: we zeilden vanaf de westpunt van Tortola naar Norman Island, beiden BVI. Onderweg zeilden we langs de kust van St Johns, een US Virgin Island. Volgens de kaart waren we dus even in de USA! Er stond een heuse wachttoren maar we zijn niet opgeroepen of aangehouden….
Vandaag, 20 april is het Pasen. We wandelen met een groot aantal crews de heuvel van Norman Island op en de kinderen zoeken paaseieren van chocolade…. de meeste zijn gesmolten toen we weer beneden waren, maar OK.
Lekker gelunched in de Pirates Bight beach bar. Straks misschien nog snorkelen bij de Caves.
De Channel Islands van de BVI zijn beroemd om hun baaien waar vroeger schatten begraven lagen en piraten hun thuisbasis hadden, Deadmans Chest is hier ook om de hoek, gaan we misschien nog even kijken.
dobberen langs Tortola
We varen van Marina Cay 3 mijl naar Trellis Bay op Beef Island. Dat is een eiland dat met een brug verbonden is met Tortola en waarop het vliegveld is aangelegd. Trellis Bay heeft ook een eigen verhaal: de eerste bewoners na WO2 waren 2 armlastige hippie-yachties, die er een werfje en beach bar maakten voor andere yachties, de meesten ook zonder geld. Nu is het nog steeds een beetje in de hippietijd blijven hangen maar wordt er aan de toeristen wel een en ander verdiend door verschillende beach bars, een winkel, een heuse espressobar en een craftshop annex biologische groenteman.
Elke maand is er full moon party en daarom zijn we hier op 15 april met veel bevriende boten en bemanningen. Eten voor $12,50 p.p. een prima bbq met ribs en grilled mahimahi en kijken dan onze ogen uit naar vuren in het water en naar steltlopende dansers. We zijn pas om 23:30 terug op de boot die aan een mooring ligt in een overvolle baai.
De dag erna (zonder kater) varen we 4 mijl naar White Bay op Guana Island, dat prive-bezit is. Je mag er alleen ankeren of aan een mooring liggen en op het strand komen want er is 1 luxe resort met een paar villa’s en een beach-bar die afgesloten is voor yachties. Mooi strand en mooi snorkelen in de baai met veel koraal en vissen.
17 april varen we weer een wereldafstand (7 mijl) naar Cane Garden Bay op Tortola aan de noordkant. Weer een plaatje van een baai met palmen en zandstand, dit keer met een dorpje waar we weer boodschappen kunnen doen en een sundownder aan het strand kunnen drinken straks. Vanavond hopelijk een mooie zonsondergang achter ons in het westen, maar het is vandaag wel erg bewolkt (en zelfs regenachtig).
19 april gaan we langs Sopers Hole (westpunt van Tortola) heen
snorkelfeestje op Marina Cay



Met Ushi, Dietmar en hun zoon Florian gingen we snorkelen bij het rif naast ons rotseilandje, dat ons ook beschermt tegen de swell vanuit het oosten. Mooi helder water met de zon er nog goed op. Kleine tot middelgrote visjes met mooie kleuren en veel koraal.
Met de duikbril met onderwatercamera wat uitgeprobeerd, waarvan hier het resultaat. Je blijkt ook te kunnen filmen met dat ding, maar dat ging nog meer per ongeluk. De mooiste vissen stonden er niet op (verkeerde knopje gedrukt waarschijnlijk?)
10 en 11 april: rondsnuffelen op de BVI
We bleven eerst een paar dagen in the Bitter End. Mooi!
10 april voeren we naar Spanish Town, de hoofdstad van Virgin Gorda met een heuse jachthaven, een chandlery en een supermarkt. Prima haven, even fourageren maar verder was het niet veel.
11 april hebben we vanaf Spanish Town wel een heel mooi uitstapje per taxi naar the Baths gemaakt met een aantal van de bekende groep andere boten (Maranne, Ikiro, Starship). Taxi’s zijn hier pick-up trucks met een huif en banken achterin de laadbak….The Baths is een fraaie rotsformatie aan de ZW-kant van Virgin Gorda waar je vroeg moet zijn. Om 08:15 waren we de eerste bezoekers op de trail en daarna op het snorkelstrand waar dus nog veel mooie vissen te zien waren. Na ons kwamen de hordes Amerikanen van een cruiseschip en waren alle vissen waarschijnlijk wel gevlucht.
Hierna voeren we wel bijna 6 mijl naar Marina Cay, een heel klein eilandje met een rif ernaast waarachter je mooi beschut ligt. Op het eilandje is een hotel met 8 kamers, een strandrestaurant en een Pusser’s kleding- en rumwinkel. We vermaken ons dus wel even hier. Dit bounty-eilandje is in 1937 door een jong echtpaar (Robb en Rodie White) gekocht van de Engelse staat voor 60 pond en daarna hebben ze hier 3 jaar hun huwelijksreis doorgebracht en zelf een huis gebouwd en geleefd van de zee en de grond waarop ze e.e.a. wisten te verbouwen. Daar is een film van die je op youtube kunt vinden (“our virgin island”).
Nu is het niet meer van hen maar van Pusser (rumfabrikant met een eigen kledinglijn, die o.a. de rum maakt die de Royal Navy sinds 300 jaar voor haar bemanning koopt). En die maakte er een mooi plekje van voor ons yachties.
7 april: oversteekje naar de BVI
We vertrokken om 04:30 in het donker uit Road Bay. 4 onverlichte eilandje voor de kust en heel wat vissersboeien die we op de heenweg gespot hadden maken ons voorzichtig. De eerste 10 mijl alleen op dubbelgereefd grootzeil en motor uit om geen lijnen in de schroef te krijgen.
Toen het licht werd kwamen we in diep water en ging de genua erbij. We voeren de hele dag ruime wind naar Virgin Gorda waar we om 15:30 aankwamen. 82 mijl in 11 uur, prima met een conservatieve zeilvoering met zijn tweetjes.
We hadden gepland voor sluitingstijd van de douane in Gun Creek (North Sound westzijde) te zijn maar de beambten vonden het zeker genoeg geweest want toen we om 16:00 voor hun steigertje in Gun Creek ankerden, kregen we van vrienden van de Maranne en Ikiro vanaf de steiger te horen dat de zaak al gesloten was. Met dank voor dit bericht dus weer ankerop en naar The Bitter End Yachtclub gevaren aan de overkant van de baai. Mooie luxe haven met hotel en restaurants. We liggen ervoor aan een mooring, dat is heerlijk rustig en onze favoriete manier van verblijf de laatste weken.
8 april met de dinghy terug naar de douane en de supermarkt in Gun Creek en daarna the Bitter End verkend. Frans kwam nog bij Jan en Annelies van de Anne Sophia uit Muiderzand aan boord. Zij varen ook met de ARC Europe mee, leuk want nu zijn we met 2 Nederlandse deelnemers.
Vandaag, 9 april, gaan we achter Saba Rock naar de baai achter het rif kijken met de dinghy. Misschien nog mooi snorkelen? Daarna varen we morgen verder naar waarschijnlijk Spanish Town, met 1000 inwoners het grootste dorp op dit eiland Virgin Gorda.
Het is wel echt Amerikaanser hier, niet alleen de US Dollar als betaalmiddel, maar ook het assortiment in de supermarkt en de sfeer in the Bitter End. Luxe Carieb dus. Mooi, maar we gaan wel wat zuiniger aan doen als we aan de wal zijn dan. Aan boord eten en drinken we toch nog altijd op topniveau!

strand van The Bitter End Yachtclub, erachter het rif waarachter je nog kunt komen met boot of dinghy
Anguilla: afscheid van de Eastern Caribean
Zaterdag 5 april, we zeilen naar Road Bay aan de ZW kant van Anguilla. Dat vlakke eiland ligt aan de NO-kant van Sint Maarten en is nog steeds een Brise kroonkolonie. Heel rustig en op het eerste gezicht onderontwikkeld, maar er liggen wel heel veel mooie en grote villa’s en resorts bij de prachtig witte stranden. We blijven 2 dagen in Road Bay, waar je goed voor anker ligt, zelfs met 20-25 knopen wind over dek. Een kleine swell in de baai, maar dat is geen ramp. Op de wal zijn bijna alle restaurantjes verlaten en is de winkel bijna leeg. Het seizoen lijkt voorbij te zijn. We genieten van mooi helder water en weer schildpadden rond de boot en van het mooie strand.
een leergierige gast aan boord!
Van Tintamarre zeilden we terug naar Anse de Marigot (St. Martin) waar we voor anker gingen. Florian van Starship zeilde met ons mee en vermaakte zich prima achter het stuurwiel. Marleen en ik kregen om de haverklap opdrachten om genua of main bij te trimmen en meestal klopten ze ook aardig. Hij heeft er gevoel voor!
Hierna vertelden zijn ouders, Ushi en Dietmar, dat hij wel kritischer was aan boord bij hen. Op de volgende oversteek (naar Virgin Gorda) hadden ze heel wat te horen gekregen over de zeiltrim van Starship…. ze gaan nu wel een stuk harder dan hiervoor, dus het hele gezin heeft er lol in.
Naar Grande Case en Ile Tintamarre
Dit zijn namen die jullie weinig zeggen natuurlijk. We voeren langs de Franse kant van Sint Maarten naar deze mooie baaitjes. Grande Case is gezellig, met een dorpje en veel strandtenten. Ile Tintamarre is daarentegen helemaal onbewoond en lijkt wel een soort waddeneiland. We lagen aan een keurige mooring voor een paradijselijk strand waar we barbecueden met Starship. En we zagen heel wat vissen en schildpadden.
Naar Nevis en St Barths en St Martin
Na een week leuke ankerplaatsen bij Nevis (Charlestown), en St. Barths (Anse de Colombier) liggen we nu in Marigot aan de Franse kant van Sint Maarten (Saint Martin dus).
We hadden op Nevis echt het gevoel weer terug te zijn in de nog wat onderontwikkelde Carieb van het Zuiden (Grenadines). We bleven dus 2 dagen. Een klein dorpje met alleen moorings en geen haven, kleine winkeltjes en weinig luxe. Tot je over het eiland rijdt en ziet wat een super chique hotels er staan, allemaal omgebouwde plantagehuizen van vroeger. Princess Diana bivakkeerde in 1 van deze hotels anderhalf jaar tijdens of na haar scheiding met Charles. Ik hoop voor haar dat ze wat korting kreeg want de prijzen begonnen bij 1200 US Dollar per nacht…..Leuke eilandtocht gemaakt dus.
Na Nevis een prachtige zeildag naar St Barths, het chique eiland (Monaco van de Carieb wordt het wel genoemd). De haven was vol vanwege de St Barths Bucket (invitation race voor ca 40 superjachten > 90 ft only). Daarom gingen we juist hierheen om dat eens te bekijken. We gingen om de hoek naar de baai Anse de Colombier waar goede moorings zijn. Helemaal verlaten, behalve 20 andere jachten. Alleen bereikbaar per boot of wandelpad. We liepen over het bergpad langs de atlantische kant van het eiland naar een dorpje vanwaar we de taxi namen naar Gustavia, het havenplaatsje aan de lijzijde waar het te doen was. Mooie klassieke schepen maar ook patserjachten (Perini Navi’s) gezien.
Na 2 dagen op St Barths zeilden we prachtig halve wind naar Sint Martin en voeren en passant tegen het wedstrijdveld in (aan lijzijde om beleefd te blijven). Mooie foto’s gemaakt o.a. van Rainbow, de mooiste J die er is!
Op Saint Martin is het druk maar gezellig. Goede winkels, lekkere bakker en prima yacht services hier. Wel weer erg Europees/Frans maar ook een vleugje USA erin. Niet meer zo Caribisch. Vanavond lekker uit eten, Johanneke trakteert op haar laatste avond hier.
filmpje “Caribean atmosphere”….
Vandaag geklust en schoongemaakt. Als beloning gingen we naar de after-work friday borrel in de pool-bar hier. Happy hour met live muziek van een steelband, een rumpunch of een glas rosé. Waarom komen jullie niet allemaal hier naartoe?
Naar Jolly Harbour: hier begint de Carieb die we uit de folder kennen
20 maart: we zeilen van Nonsuch Bay langs de zuidkust van Antigua. Eerst even een paar mijl tegen wind en golven van 1,5 meter in om de baai weer uit te komen tussen de riffen door. Daarna ruime wind, dus genieten met 16-20 knopen wind. Dagrecord, weekrecord en maandrecord gaat naar Marleen (10,2 knopen) en dat met gereefd grootzeil.
Om de hoek langs de westkust wordt het ondiep en navigeren we tussen de banken en koraalriffen door naar de kust. Groenblauw water (ondiep) en witte stranden, dat is de Carieb van de bekende foto’s.
Jolly Harbour is mooi aangelegd, wel weer een grote moderne haven. Goede voorzieningen zoals wasserij, goede chandlery, grote supermarkt, zwembad… Mooi bungalowdorp ernaast met veel 4-wheeldrives en golfcarts waarmee men naar het strand rijdt . Het doet al wat Amerikaans aan allemaal. Mooi strand ervoor met de Castaway Beach Bar (lijkt wel op Rodney Bay met de Spinnakers Bar).
17 en 18 maart: Nonsuch Bay, een vreemde naam voor het paradijs….
Want dat is het! Een echt Caribisch paradijs. Op 9 mijl van English Harbour vaar je tussen het koraal, Green Island en Antigua zelf een baai in van 2 bij 1,5 mijl. Kijk maar eens op google maps aan de ZO kant van Antigua.
Deze baai is open naar het Oosten en de passaatwind blaast dan ook recht in je gezicht. Je ziet en hoort de oceaangolven die vanaf Afrika vrij spel hebben gehad om hier te komen, maar ze breken net voor je ankerplek of mooring op een groot koraalrif dat net onder water steekt. Je ligt dus helemaal rustig.Wat dat betreft lijkt het op Tobago Cays, maar hier is het veel rustiger (maar ca 10 jachten achter het rif).
De naam komt van het schip dat de baai en de invaart ontdekte in de 18e eeuw, het schip de “Nonsuch”. Ook toen al vreemde namen voor schepen, dus.
Verderop de baai in zijn weer andere kleine hoekjes en baaitjes waar je ook kunt ankeren. Daar zijn ook wel grote resorts met mooie stranden.
Vandaag gingen we met de dinghy 1,3 mijl de baai in naar Harmony Hall, een smaakvol aangelegd kleinschalig hotel met artshop en bar/restaurant waar zeilers ook welkom zijn. Wordt gerund door een italiaans echtpaar dat hier 6 maanden zit en dan vanaf mei in de zomer in Bologna een restaurant heeft. Heerlijk gelunched dus met en glas rosé op het terras boven de baai.
We liggen hier met Starship, Heckogecko en Capricorn die we van de ARC kennen en de Maris en Maranne die we in Bequia al eerder tegenkwamen. Op al deze schepen zijn kinderen dus de ankerplek is een speeltuin voor dinghies en surfboards. Gezellige boel dus.
Hiken naar Shirley Heights
15 maart: we lopen de heuvel opvanaf Galleon Beach. Door een schaduwrijk en kurkdroog bospad (Desmonds trail) lopen en klauteren we 200 meter omhoog naar het lookout point. Je hebt daar een prachtig uitzicht over English Harbour en Falmouth Harbour en je kunt zowel de Caribische zee als een stuk oceaan naar het Oosten en zelfs het noorden zien. Niet voor niets het punt waar de engelse marine vroeger haar uitkijk en signaalpost had.
Op de dockyard zelf: een openluchtmuseum
De dockyard was het Refit-Centre voor de Royal Navy van ca 1780 tot ca 1850. Na de definitieve vrede met Frankrijk was de basis niet meer nodig en vervielen de gebouwen snel. Sinds de vijftiger jaren van de 20e eeuw is de hele werf langzaam maar zeker prachtig gerestaureerd. Ook een interessant museum met veel over Lord Nelson natuurlijk, maar ook over de marine en de mensen die er dienden.
Een paar plaatjes van vandaag (Mariëtte en Do: is er wat veranderd?)











































































Castaway bar waar we coconut smoothie en veel water dronken (bloedheet)










