Atlantisch zeilavontuur in lokale recepten

Archief beheerder

Naar Cefalu

15 augustus tuffen we de haven van Palermo uit om 10:30. Eerst bezoeken we om 09:00 uur nog het Palazzo Mirto, dat tot 1983 nog bewoond is geweest door de prinsen van Mirto (meer dan vierhonderd jaar familiehistorie in het huis te zien).

Het is maar 35 mijl naar Cefalu, dus we doen rustig aan, op de motor zonder wind! De haven blijkt een rommelig geheel en koste wel 110 euro per nacht dus we besluiten in het baaitje te ankeren. Prima plek en leuke baai.

Cefalu van zee gezien (de rots lijkt op een hoofddeksel; de Griekse naam was dan ook Kephalos)

kloostertuin

 

De volgende dag blijven we en we pakken de dinghy naar de wal om Cefalu te bekijken. Erg toeristisch en vol, maar we hebben wel heel lekkere bakker en slager gevonden! En een heerlijk ijsje (Marleen ijskoffie) genomen. Ook hier is weer een oude Normandische kathedraal met een Christus Pantocrator (de originele waarvan die in Palermo en Monreale kopieën zijn) en die bezoeken we ook. Driemaal is scheepsrecht.

kathedraal van Cefalu

de originele Pantocrator

de ark van Noach op een pilaar van de kloostertuin (anno 1121)

 

Terug op de boot zwemmen we wel een paar keer, want het is erg warm. Gelukkig is er wel een beetje wind.

We draaien alle kanten op door de steeds draaiende, maar heel lichte wind. Gelukkig blijft het anker goed liggen.

het strand van Cefalu, lekker vol. Hapimag ligt hier een stuk vandaan, dus zal wel rustiger zijn


Palermo (2) en Monreale

We blijven nog een dagje. Er is buiten toch geen wind en wel nog deining. Dus we nemen de bus naar Monreale (8 km de heuvels in) waar nog een Normandische kathedraal staat, die door Willem de tweede (de goede) is gebouwd op die plek omdat Maria hem in zijn slaap had ingefluisterd dat hier de schat van zijn vader (Willem de slechte) begraven lag. In ieder geval is het een schitterende plek met een mooi uitzicht en een prachtige kathedraal met klooster, die van binnen wel veel lijkt op die van Palermo. Ook een schitterende mozaiek van Christus Pantocrator.

We lopen in het oude dorpje rond, drinken een goede koffie en gaan dan weer terug. Siesta op de boot.

kathedraal van Monreale

uitzicht op Palermo vanaf Monreale

straatje in Monreale achter de kathedraal

de roeiclub, waar we in Palermo een plek hebben


Palermo! 

11 augustus is de mistral uitgewoed. Er staan naar verwachting nog wel golven van 1-1,5 meter uit het NW maar de wind zal max 17 knopen zijn, misschien 20 bij de volgende kaap. We gaan.

Dit wordt de beste zeildag tot nu toe, heerlijk ruime wind met best lange golven voor Mediterrane begrippen. Zie het onderstaande filmpje

Na de kaap gijpen we en doorbreken we zowaar de 10 knopen grens in boatspeed. Met een conservatief aanwijzend log ook nog. Lennard is blij…..kijk maar naar het filmpje

Palermo is een bijzondere stad. De haven is eigenlijk wel prima, midden in de stad maar redelijk schoon. We liggen bij de roeiclub, die ook steiges heeft voor een flink aantal jachten. Douches in de kleedkamer achter de roeimachines en een zwembad op het dak van het clubhuis. Het kan slechter…. We gaan borrelen bij het cafe naast de roeiclub en ’s avonds pizza eten op het Piazza Marina als afsluiting van de week met Milou en Lennard.

De volgende dag vertrekken Milou en Lennard weer naar NL en gaan wij cultureel passagieren. We bekijken het paleis van de Noormannen en de kathedraal. We lopen langs de mooie fonteinen en lunchen met een heerlijke pasta. Nog even bij de Carrefour naar binnen en dan zijn we wel even aan een siesta toe, die tot half acht duurt…..

gewelf van de kapel

bijzondere combinatie van Islamitische, Byzantijnse en Europese kunst

Christus Pantocrator

de vergaderzaal van het Siciliaanse parlement, vroeger deel van de koninklijke vertrekken

de kathedraal van Palermo


9 en 10 augustus: de mistral in Castellamare del Golfo

We zeilen 9 augustus naar CdG, dezelfde route als we met Martijn ook al voeren. En weer is er in het begin weinig wind terwijl bij de kaap de wind weer flink toeneemt tot 25-28 knopen. Na de kaap blijft het ook hard doorwaaien dus we zetten toch maar 2 reven in het grootzeil. Natuurlijk neemt de wind daarna binnen 10 minuten weer af to 10 knopen max en draait hij tegen ons. Landeffect dat we al kennen. Dus ontreven we weer en zeilen hoog aan de wind naar CdM waar we weer aan dezelfde steiger komen te liggen. Daarna lekker ijsje halen…..

De volgende dag blijven we in de haven omdat de mistral niet alleen flinke wind geeft maar ook golven van boven de 1,5meter. We repareren de ankerbediening en de rubberboot wordt uitgelaten. Milou en Lennard verkennen het plaatsje.

Castellamare del Golfo van zee gezien


8 en 9 augustus: oversteek naar Sicilië

8 augustus: We gaan vroeg weg, om half acht gaat het anker omhoog. Het is windstil en de voorspelling is dat we de hele dag niet meer dan 6-10 knopen tegenwind krijgen, dus de motor krijgt het druk. De voorspelling klopt als een bus. Toch hebben we besloten om nu de oversteek te maken want hierna komt er een aantal dagen mistral (harde noordwesten wind met hoge golven) en we moeten toch echt naar Sicilië terug want Milou en Lennard hebben tickets vanuit Palermo en wij willen ook graag weer op tijd daar zijn.

Om 22 uur neemt de wind toe, net als het echt goed donker is geworden. Gelukkig hebben we eerst wat hoogte gepikt door te ver zuid te varen, zodat we nu 20 graden minder zuidelijk kunnen aanhouden en niet recht tegen de wind in verder hoeven. We hopen dat de wind bovendien verder gaat ruimen zoals voorspeld, zodat we in combinatie met onze nieuwe koers kunnen gaan zeilen later in de nacht. De wind draait echter niet echt maar neemt wel toe tot 18-20 knopen (dat is dan wel weer voorspeld). Het is niet gezellig zo, veel klappen op de golven die beginnen op te bouwen. Pas om een uur of vier in de ochtend is de wind ruim genoeg om hoog aan de wind de Egadische eilanden aan te kunnen lopen en de motor uit te kunnen zetten.

We zeilen onder Marettimo langs, waar de wind tijdelijk 30 graden tegen ons in draait en afneemt (door de luwte van de hoge rots) en zeilen verder naar Favignana. Daar is de haven vol en de moorings zijn ook allemaal bezet. We kunnen niet ankeren door een defecte afstandsbediening (te nat geworden in de nacht) en we zeilen dus door naar Trapani. Daar komen we om ca 11:30 aan. 178 mijl in 28 uur, niet echt een record….

Lennard en Milou met de burcht van Trapani op de achtergrond

We nemen een goede siësta voor we later op de dag Trapani in gaan. Milou heeft al snel de beste gelateria en het beste restaurant gevonden dus we genieten die avond! Erg leuk om door Milou en Lennard getrakteerd te worden!

lekkere hapjes!


6 augustus: Milou en Lennard komen aan boord! De dag erna zeilen we heerlijk

We gaan anker op in de ochtend en varen in alle rust op de motor naar Cagliari, waar we in dezelfde haven gaan liggen als een paar weken geleden toen we met Martijn hier aankwamen. Nadat we de boot gepoetst hadden en het zout na een paar dagen varen en ankeren er weer helemaal afgespoeld hadden, kwamen Lennard en Milou de steiger oplopen. Heel mooi om elkaar weer te zien!

Na een lekker hapje in een restaurantje in oud Cagliari gingen we redelijk op tijd te kooi.

De volgende dag zeilden we heerlijk rustig een kruisrak van 20 mijl naar Capo Carbonara, inmiddels een vertrouwde ankerplek. We gingen met de dinghy naar de haven, bekeken de flamingo’s en dronken een lekkere Spritz Aperol (Milou en Frans tenminste) op het terras van de jachthaven. We barbecuen met de Cobb op het achterdek.

Milou en Lennard op het voordek

kruisen en lezen tegelijk

ook wij genieten!

 


4 augustus: naar Pula baai waar we de Maybe ontmoeten

We zeilen van de ene baai naar de andere. We scheuren om Capo Spartivento heen met flinke westenwind (ca 20 knopen) en daarna loeven we op om de kustlijn te volgen naar Pula. We hebben afgesproken met Silvio en Antonella, vrienden uit Marina di Ragusa, die hier met hun boot “Maybe” ook naar toe zijn gevaren.

op weg naar Capo Spartivento, voor de wind toenam

Bij Pula, de Maybe ligt vlakbij

De wind draait met ons mee en wordt zuidelijk. We zijn wat bezorgd voor de wind daar, want met zuidenwind zijn beide baaien bij Pula matig beschut maar dat blijkt onnodig. 5 mijl voor Pula valt de wind gewoon weg en hij blijft ook weg. We ankeren en zwemmen vlak voor de Maybe uit tegenovergestelde richting aan komt varen (op de motor want ook vanaf Cagliari hadden zij hetzelfde verschijnsel: wind bij vertrek, geen wind bij Pula…)

Het werd een gezellig weerzien met een bbq bij hen aan boord tot laat in de avond. Zij varen met 2 andere boten samen op, dus het was lekker vol. Silvio: “French boats have 2 great advantages: a very good fridge and a large cockpit….


3 augustus: we vertrekken weer richting het oosten en gaan ankeren

We doen even wat inkopen bij de plaatselijke winkeltjes (bakker, groenteman, slager) omdat we 3 dagen willen ankeren. Met een volle watertank vertrekken we om 10:30u.

zicht op Carloforte bij vertrek

Er is weinig wind, dus het wordt tuffen. Na Capo Sperone wordt de wind sterker maar hij wordt ook pal ZO, dus tegen….

We ankeren om 14:30u bij Punta Menga (Porto Pino) bij 18 knopen wind (inmiddels) voor een lang zandstrand met een paar heuse lage duinen. Je mag hier niet overal ankeren, want het is ook deels militair oefenterrein (schietoefeningen).

We moeten nog even wachten met zwemmen en de ankercheck tot de wind afneemt. Precies volgens voorspelling gebeurt dat om 17:00 uur. Lekker is dat om even af te koelen. Het anker ligt prima dus we kunnen weer rustig slapen ’s nachts.

de ankerbaai bij Punta Menga

we zien een hele fraaie zonsondergang vanavond. Bovendien is het vannacht helder met een bijna volle maan

De volgende morgen is het eerst windstil en de boot is weer aardig om het anker heen gedraaid. Als we gaan zwemmen is de wind al weer gedraaid naar het ZO en nog rustig genoeg om met de Gopro een filmpje te maken onder water, o.a. van het anker. Vanmiddag neemt de wind weer verder toe naar verwachting. We blijven gewoon hier liggen.


Calasetta

bij dit strand hebben we gezwommen

de oude wachttoren op het hoogste punt van Calasetta

straatje vanaf de toren naar de haven

de haven van Calasetta, ondiep en dus weinig grotere jachten, wel vissers

met deze “hypermoderne” veerboot voeren we over….

We wandelen door het dorp, zwemmen bij het strand net naast het dorp en we lunchen eenvoudig doch voedzaam met een pizza en een salade. Calasetta is een leuk plaatsje, heel anders dan Carloforte aan de overkant. Witte huizen, rechte straten en minder “stads” en welvarend.


Dagje passagieren

We gaan vandaag per veerboot! Van Carloforte naar Calasetta, een half uurtje varen. 

Niet met deze veerboot, die is nl. 150 mijl van huis hier….
Zicht op de haven en de Aurora


San Pietro, het grootste Italiaanse eiland na Sicilië en Sardinië

San Pietro ligt weliswaar als een soort satelliet naast Sardinië. Het is toch echt een best groot eiland met een eigen karakter.

zomaar 2 boeien in de aanloop van de haven van Carloforte. Dergelijke luxe is hier zeldzaam. Maar het is hier wel nodig, want tussen de N- en de Z- aanloop ligt een ondiepte van 1,5m diep (waar de kardinale boei bij ligt). Daar voorbij zie je de verkenningston en van daar zoek je het maar uit in rechte lijn naar het havenhoofd. Je ziet onder je de rotsen en het zand op 6, diepte maar alles gaat goed.

San Pietro is laag en groen en met het stadje Carloforte, dat heel anders aandoet dan Sardinië. Het stadje is gesticht voor mensen uit de buurt van Genua, die generaties als slaven voor Tunesiërs in Afrika moesten werken nadat ze ontvoerd waren in Ligurië. Na hun vrijlating, door de Italiaanse koning (die Carlo Emmanuel III heette) is hen deze stad gegeven. De plaats doet daarom ook denken aan Genua in het klein en men beweert dat het dialect hier ook sterk verwant is aan het Piemontees. In ieder geval is het niet te verstaan en ook niet te lezen. De enige vertaling die je vindt op officiële bordjes is dan in het echte Italiaans, wat we net een beetje snappen. Het is een oud stadje met wel wat toerisme, maar heel relaxed. Erg goede winkels voor lekker dingetjes en veel terrasjes natuurlijk.

terrasje in Carloforte

impressies van Carloforte

De haven is prima, niet helemaal beschut maar wij liggen goed. Het waait nu flink, ca 25 knopen en om de hoek op open zee is 40 knopen voorspeld. Goed dat we dus gisteren hierheen zeilden en we blijven hier nog minstens een dagje tot de wind en de swell weer afnemen.

Onze Italiaanse tonijnvrienden met hun Comet 41S zijn hier ook en vanavond komen ze bij ons een borrel halen. We zijn benieuwd hoe het zal gaan met communiceren, want 2 van de zeven leden ven de bemanning verstaan Engels maar spreken het nauwelijks en één vrouw spreekt vloeiend Engels (zij doet haar PhD in Kopenhagen).

borrel met onze Italiaanse vrienden


De geelvintonijn

Deze vis is een apart bericht waard. We kregen hem van Italianen die we steeds weer tegenkomen, ook in de ankerbaai van Malfatano. Zij herkenden ons na het ankeren (een stukje verderop) en kwamen ons en moot brengen van de tonijn die zij overdag hadden gevangen, zoasl we al eerder vertelden. Marleen maakte er een heerlijk maal van, met dunne spaghetti en een heerlijke salade erdoor. Prachtige vis ook, verser kan natuurlijk niet!

tonno a la Marleen


30 juli: we varen langs de zuidkust van Sardinië: filmpje met 20 knopen wind

Op 29 juli steken we over van Villasimius naar de zuidkant. We ankeren in een mooie baai achter een klein eilandje bij Malafatano (3 baaitjes naast elkaar, tussen de rotsen.

ankerbaai Porto Malfatano

We dachten een rustige nacht te hebben maar de wind draait wel 2 keer 360 graden in de nacht en we worden aardig onrustig. In de vroege ochtend gaat het harder waaien dan gedacht (16-17 knopen uit het oosten). Het anker blijft gelukkig goed liggen met al deze draaierij.

We zijn vroeg wakker en besluiten te profiteren van de mooie wind. Tot ca 23 knopen wind krijgen we om de 2 kapen aan de zuidkust. We doen het rustig aan met zijn 2-en en varen alleen op de genua, soms met een paar rollen ingedraaid. Toch goede voortgang van ca 7 knopen.

Ziehier hoe dat gaat:


Op je schreden terugkeren: kan dat zeilend? Ja, dus….

We zeilen op 27 en 28 juli terug zoals we gekomen zijn: Eerst 32 mijl lekker rustig zeilen mat halve wind naar Porto Corallo, want verder naar het zuiden waait het nog steeds 25-29 knopen(windkracht 7) uit het westen, dus tegenwind als je langs de zuidkust naar het westen wil.

Op 28 juli verlaten we Porto Corallo weer, met windstil weer. Motor aan dus. Later zeilen we nog een stukje, maar de wind draait tegen ons in zoals voorspeld. Bij Capo Carbonara draait de wind naar het westen en trekt stevig aan tot 25 knopen. Weer precies zoals voorspeld. We gaan dus niet ankeren maar kiezen voor de haven van Villasimius, die wel mooi is maar eigenlijk hadden we liever voor anker gelegen. Morgen hopelijk, als we weer verder varen naar de zuidkust en de wind weer minder wordt.

wegvaren bij Santa Maria Navarrese op weg naar Porto Corallo, voor de zeilen omhoog gingen

zicht op de haven en daarachter de baai van Villasimius


Barbaggia

We rijden vanaf het kerkje van San Pietro verder, eerst afdalend tot zeeniveau naar een baai met een haventje waar we niet kunnen komen met de boot (te klein) in Cala Gonone. Maar het plaatsje is minder leuk dan we dachten (veel toerisme) dus we zijn na een goede cappucino weer snel vertrokken. Verder over de enige weg die door de bergen loopt naar Nuoro, Dorgali en Oliena. Dit laatste plaatsje is erg leuk: oude smalle straatjes en veel muurschilderingen van echte kunstenaars, geïnitieerd door de pastoor van het dorp…we bezoeken erna nog een bijzondere plek: de grootste bron van Sardinië, die midden in de bergen ligt (Su Gologone)

de grootste bron van Sardinië, die wel over 20 km onder de rotsen door lijkt te lopen en meer dan 135 m diep onder water gaat.

We lunchen er heerlijk, weer met Sardijnse specialiteiten (salade van gegrilde geitenkaas en honing en schapenvlees aan een spies). Heerlijk en als je samen 1 portie deelt nooit teveel. Dat is hier ook heel gewoon.

onze lunchplek, rechts op de foto op het terras achter de muur

Daarna rijden we weer terug naar de haven. We moeten omrijden want er blijkt een grote bosbrand te zijn uitgebroken zodat de snelste weg afgesloten is.

bosbrand

In het dorp zijn we maar even langs de supermarkt gegaan om flink boodschappen, water, bier en wijn in te slaan nu we de auto hebben. Dat scheelt veel sjouwwerk.


De oostkust van Sardinië (2)

In Arbatax hebben we heerlijk Sardijns gegeten in het havenrestaurant: Fregola (een soort grovere couscous) en Ricciola (Amberjack of goudmakreel, een witte grote vis die je in moten bereidt). Heerlijk!

Na Arbatax varen we wel 3 mijl naar de overkant, naar Santa Maria de Navarrese. Niet zonder halverwege even geankerd te hebben voor een paar rondjes zwemmen natuurlijk. Dit plaatsje is gesticht in ca 1067 door prinses Maria de Navarra, die hier schipbreuk leed na de overtocht vanuit Spanje in de periode dat de Spanjaarden heer en meester waren over Sardinië. Ter nagedachtenis bouwden de Spanjaarden er een kerkje, waarvan een deel nog overeind staat en inmiddels is opgenomen in een groter geheel.

de haven van Santa Maria de Navarrese, in de verte op de landtong ligt Arbatax

zij waren er ook bij….

Het gaat volgens verwachting echt hard waaien de komende 3 dagen (Mistral vanuit het noordwesten, dus liggen we hier heel beschut achter de rotsen).

We huren een auto en maken een tochtje door Barbaggia (het hoge binnenland, waar de autochtone Sardijnen zich steeds meer terugtrokken met de komst van steeds weer nieuwe overheersers) en Supramonte (een heel hoge bergkam tussen Barbaggia en de kust, de bergpas erheen ligt boven de 1000 meter. Veel steile en kleine weggetjes waarover de 2e etappe van de Giro d’Italia in mei ook ging. Overal zie je nog tekens op de straat staan, er hangen roze fietsframes en wielen aan de bomen en, belangrijk, bijna langs de hele weg is de vangrail vernieuwd en vaak verhoogd. Toch lijkt het levensgevaarlijk om hier met een grote groep hard te fietsen. Wij hebben gelukkig de auto….

oud kerkje di San Pietro, midden in een soort wildwest omgeving waar verder niets is behalve een paar ezels. Verderop komen we ook zwijnen en geiten tegen langs de weg

we zijn op Safari: ezels, zwijnen en geiten in het wild….


De oostkust van Sardinië

Na nog een extra nachtje voor anker in de prachtige baai ten westen van Capo Carbonara zeilen we weg.

barbecue met de Cobb terwijl we voor anker liggen

zonsondergang bij Capo Carbonara

wachttorens alom langs de kust; deze ligt naast Porto Corallo

 

 

 

24 mijl naar het noorden langs de oostkust naar Porto Corallo, een handige stop, maar een een saaie  / functionele haven. De volgende dag gaan we verder naar Arbatax.  De oostkust van Sardinië is dicht begroeid en heeft steile hellingen die tot in de zee lopen. Af en toe is er een baaitje met een strandje. Met oostenwind is dit wel lagerwal , ankeren is dus geen optie, en dus zeilen we door naar Arbatax.

rode rotsen langs de kust voor Arbatax

 

 

 

de haven van Arbatax, een leuk dorp met wel wat toerisme, maar van het rustige soort. Mooie marina binnen in de grote haven waar ook grote hijskranen zijn maar geen verdere activiteit te bespeuren valt.

hier ligt een “oer Grand Soleil” , de 34 waarmee de serie in 1974 begon…

 


Cagliari en Capo Carbonara

Op 17 juli eten we samen met Martijn gezellig in een restaurant in de drukke smalle straatjes van Cagliari, nadat we het stadje en de burcht bekeken.

18 juli vertrekt Martijn weer naar Nederland. De trein naar het vliegveld vertrekt op loopafstand van de haven, dus dit is een prima plek voor een bemanningswissel. Over een paar weken komen Milou en Lennard ook hierheen. Martijn legt de haven vast vanuit het vliegtuig.

waar ligt onze boot? zoekplaatje!

Wij doen de was en lopen nog wat door de stad en doen wat boodschappen.

Op 19 juli vertrekken we naar de Capo Carbonara, waar we al langs voeren toen we uit Sicilië kwamen. Nu gaan we zien hoe mooi het er echt is. De Capo heeft ankerbaaien aan beide kanten en wij kiezen de westbaai, want het is en blijft oostenwind voorlopig. Een prachtige baai, waar plek voor veel boten is zonder dicht bij elkaar te hoeven liggen. We ankeren achter de meeste andere jachten om vrij uitzicht te hebben. Het water is kristalhelder, je ziet de schelpjes in het zand op 8 meter diepte haarscherp liggen met de snorkelbril. Het anker kunnen we zo ook heel goed checken.

de kaap zelf (naar het zuiden gezien)

De kust is hier, anders dan in Sicilië , mooi begroeid. Op de heuvels staan veel fraaie villa’s en het geheel doet wel wat denken aan een ankerbaai in de Carieb.

Aurora in de ankerbaai (naar het noorden gezien)

Er is ook een jachthaven, maar die is vooral duur en niet zo heel gezellig. Er liggen veel vreemde schepen, maar ook een schitterende GS56.

ijsbreker op Sardinië? deze was op weg naar de jachthaven….

We leggen er aan met de dinghy en lopen een rondje over de landtong, die de kaap (rotsen) verbindt met het echte Sardinië. Deze landtong is eigenlijk een flinke zandbank, waarin een ondiep meer ligt. In dat meer barst het van de flamingo’s, die er kennelijk lekkere vis weten te vinden want hun koppen zijn meer onder dan boven water!

onbekende vogels in het meertje op de landtong

We barbecueën op de boot met de Cobb op het achterdek en vieren dat Martijn zijn bachelordiploma vandaag gehaald heeft!

flamingo


Even terugspoelen: zeilen rond de Egadische eilanden met Martijn

Voor we de oversteek naar Sardegna maakten, voeren we eerst met Martijn een paar dagen rond bij de Egadische eilanden en de NW-punt van Sicilië.

Martijn kijkt naar een vreemd eilandje

Het is een van de oude tonijnfabrieken van Florio, die ooit het hele eiland Favingana ook in bezit had

Van Trapani zeilden we eerst naar Favignana, dat ten westen van Sicilië ligt. We ankerden in een baai aan de zuidkant van het eiland omdat de voorspelling was dat er noordwesten wind kwam. Die kwam ook wel, maar er liep nog een oude deining uit het zuidwesten de baai in. Lekker rollen dus.

uitzicht vanaf de boot op de rots van Favignana, waar naar verluidt de vader van Hannibal al een burcht liet bouwen. Hoe je dat kan doen, terwijl er maar 1 klein geitenpaadje (ook nu nog) tegen de steile berg omhoog loopt, is ons een raadsel

We gingen met de dinghy aan land en liepen in 15 minuten dwars over het eiland naar het dorpje Favignana, waar we in 2015 ook al waren. Een bezoekje aan de oude tonijnfabriek en een drankje op het dorpsplein waren dus bekende leuke dingen om nog eens te doen, nu met Martijn erbij.

Terug bij de boot werd het al snel donker en aten we lekker in de kuip. Het plan om te barbecueën met de Cobb ging niet door vanwege de deining. Wel lekkere wijn gedronken, die we van onze haven in Trapani cadeau kregen.

Aurora ligt te rollen, dwars op de wind, omdat er een oude deining loopt

wijn van de haven in Trapani

De volgende dag zeilden we om de noordwestpunt van Sicilië heen naar Castellammare del Golfo, een leuk oud en kleinschalig dorp in een diepe baai. We konden hier wel goed barbecueën, want de haven was behoorlijk leeg dus niemand had er last van. We hebben veel rondgelopen door het oude stadje en goed boodschappen kunnen doen. Erg gezellig met Martijn erbij!

Martijn is een goede barista!

uitzicht vanaf Castellammare del Golfo op de baai. Achter de volgende punt ligt Palermo

 

 

Uitzicht op de haven van Castellammare del Golfo

Ook konden we hier onze dieseltank vullen, wat altijd een goed idee is als je een nachtje gaat doorvaren.


200 mijl over bakboord….

16 en 17 juli. We varen van Sicilië naar Sardegna. Er is voorspeld dat we NO tot N wind krijgen en dan is het mooi bezeild van Castellammare del Golfo (tussen Trapani en Palermo) naar Cagliari met een koers van 290. Martijn gaat mee omdat hij voor een habbekrats ook vanaf Cagliari kan vliegen in plaats van vanaf Trapani. Met zijn 3-en is wel zo prettig als je een nacht doorvaart met veel wind.De Italiaanse VHF geeft namelijk veel stormwaarschuwingen maar wij vertrouwen op onze eigen weerberichten. Die komen gelukkig uit. Het gaat niet harder dan 20-25 knopen waaien volgens ons.

uitzicht vanaf de boot op Castellammare del Golfo (waar we vertrokken)

We vertrekken rustig om 09:15 en motoren eerst 2 uur naar buiten, waar de zeilen erbij kunnen. Het gaat inderdaad stevig waaien, tot 23 knopen in de vlagen. Daarom varen we in de nacht met de stagfok en dubbel gereefd grootzeil. Desalniettemin maken we 184 mijl in 23,5 uur, wat toch een aardig gemiddelde is. De laatste 20 mijl voorbij Capo Carbonara naar Cagliari kom je achter de bergen in de luwte, dus gaat de motor na een uurtje toch maar aan.

Hieronder 2 leuke plaatjes van ons plotterscherm van het moment dat we bijna bij de Capo Carbonara aankwamen:


In de haven waait het plotseling uit het zuiden, precies vanuit de tegenovergestelde richting van wat er op zee gebeurt. Lokaal landeffectje?

Na alles ontzilt te hebben (de railingdraden waren wit van het zout…) gingen we de stad in. Leuke oude plaats tegen de heuvel gebouwd. Bovenaan de heuvel kom je in de oude burcht waar nog een verdedigingstoren uit de 13e eeuw overeind staat, die de Pisanen hier bouwden om de Genuezen en andere onverlaten buiten de stad te houden. Indrukwekkend!

de Olifantentoren

 

 


10-12 juli: Trapani. Martijn komt aan boord

Op 10 juli tuffen we 35 mijl naar Trapani, op de NW-punt van Sicilië. Letterlijk betekent dit “de sikkel” in de taal van de Feniciërs die Sicilië ooit als eersten veroverden. Kijk maar op de kaart en je ziet waarom. We maken onderweg nog even een korte lunchdip, want het is zelfs op het water erg warm.

vissershaven en fort aan de zuidzijde van de sikkel van Trapani; daarnaast is elke dag verse vis- en groente/fruitmarkt

de sikkel van Trapani (noordzijde)

We liggen, op advies van een Italiaan die naast ons lag in Valetta, in de haven van Vento Maestrale, naast de vissershaven en helemaal aan het einde van de sikkel, bij het oude fort. Leuk!

11 juli komt Martijn aan, na een voorspoedige vlucht en busreisje vanaf het vliegveld. We eten lekker bij Patio, wijnmuseum en restaurant op 10 minuten lopen van de marina.

straatje in het oude Trapani

12 juli blijven we nog liggen, want het waait. En met zuidenwind is dat niet handig voor de ankerplaatsen langs de zuidkant van de Egadische eilanden waar we heen willen. Je mag daar ankeren of een mooring pakken mits je online een vergunning koopt, want je ligt in een natuurgebied. Gaan we morgen hopelijk doen.

Vandaag de 12e gaan we naar Erice, een middeleeuws dorpje met meer dan 10 kerken, bovenop een berg van 700 meter hoog naast het stadje Trapani. Heen per kabelbaan (een heuse Leitner skilift met gondeltjes!) en terug met de bus. Boven lopen we rond door het oeroude en rustige stadje en Martijn trakteert ons op een lekkere lunch (pizza).

in de kabelbaan naar Erice, met achter ons de “sikkel”

 

smalle straatjes en oude burchten in Erice

Daarna zijn we, als we weer terug zijn op de Aurora,  zo moe en warm dat we in de kuip wat zitten te lezen. Siësta is met dit weer een verplicht nummer; we beginnen de Italianen te begrijpen, die van 12 tot 16 uur allemaal van de straat zijn en de winkels ook sluiten.


Kijk ook even terug…

Naar het complete verhaal van 8 dagen blogstilte, nu met foto’s en een grappige gebeurtenis


8 juli: half op de motor, half zeilend, om de ZW punt van Sicilië heen

We blijven maar 1 nacht in Sciacca wat we al kennen van 2 bezoeken in 2015. De volgende dag is het westenwind (tegen dus). We vertrekken daarom weer vroeg om in de ochtend zonder wind naar de Capo Granitola te motoren, waarna we op alleen de genua 1 lui halve wind naar Mazara del Vallo zeilen.

Dat is een levendige vissersplaats waar we ook in 2015 met Pieter en Brigitte een paar dagen lagen. Er is 1 steiger waar het voor een deel diep genoeg is voor ons. We gaan in de avond het stadje in dat nu bruist van de activiteiten (het is zaterdagavond!), o.a. bruiloften en live muziek aan de boulevard. Grappig om te zien dat de sfeer hier al wat Tunesisch begint te worden. Veel vissers zijn hier van Afrikaanse afkomst en er is een soort medina, waar de vissers wonen.

Toch is er ook veel Italiaanse sfeer, o.a. een mooi Jezuïetenklooster aan, natuurlijk, de Via Garibaldi.

jezuïetenklooster in Mazara del Vallo

We aten in de Rosticceria di Giacomo, 2 km het stadje in, een goede tip van Tripadvisor. Een halve take-away met simpele kaart maar wel heel lekker. Met een halve liter wijn voor 2 euro waren we samen 30 euro kwijt voor 3 gangen!

Daar, aan het einde van de enige jachtensteiger, is het diep genoeg voor de Aurora

Vandaag, 9 juli, rustdag. In de haven is er veel beweging van dagjesvaarders, wij puffen van de hitte in de kuip. Dan maar een berichtje schrijven….


8 dagen blogstilte, wat nu? het echte verhaal van o.a. de petrolboat…

We zijn van 27 juni tot 6 juli op Malta gebleven. Eerst onze trouwdag een tweede keer gevierd in het Sicilaanse restaurant Fumia aan de haven van Valetta. We voeren er met de rubberboot in 5 minuten heen terwijl lopend wel een half uur was geweest….

restaurant Fumia vanuit de rubberboot toen we weer terugvoeren na ons diner

Veel gezien en veel opgetrokken met de vrienden van Marleen vanuit haar tijd op het college, Nicky en zijn vrouw Rhona en Ann. We vierden met hen de nationale feestdag en gingen met hen een rondje varen op de Aurora.

uitzicht vanaf het terras van Nicky en Rhona; adembenemend!

We werden na een lunchdip in de ankerbaai van Il Hofra gepraaid door een patrouilleboot van de Maltese marine, die zich op de marifoon meldde als “Petrolboat 23”. Gebrekkig Engels komt niet veel voor op Malta, waar iedereen tweetalig onderwijs geniet, maar kennelijk wel bij een kapitein van de marine…

Nu hadden we niet direct benzine nodig, maar we antwoordden toch maar even netjes. Na wat routinevragen over onze boot, nationaliteit, thuishaven, vertrekhaven en bestemming, wilden ze onze papieren zien en daarvoor langszij komen. Met een rommelige golfslag en precies op de enige plaats waar het minder dan 10 meter diep was, leek ons dat geen goed idee.  Te meer omdat we bij aankomst op Malta al keurig hadden ingeklaard bij de immigation, ondanks het feit dat Malta een Schengen land is. Dus we stelden voor om dit in Valetta in de haveningang te doen of anders per dinghy langszij te komen. Dat was te ingewikkeld. Na een uur wachten op instructies van de wal (wij moesten stil blijven liggen), werd er een dinghy te water gelaten en kwamen 2 mannen naar ons toe met de bedoeling om langszij te komen. Maar deze petrolboys hadden duidelijk gen cursus vaarbewijs gedaan en slaagden er alleen in om grote rondjes te varen om ons heen zonder dichterbij te komen. Dat mislukte dus ook. Daarop mochten we doorvaren onder voorwaarde dat we de volgende dag persoonlijk de documenten kwamen tonen op hun kantoor op de marinebasis. Maar dat was een zondag en dan was het kantoor dicht… Maandag kon ook niet, dus na veel gedoe mochten we alles per email (foto’s van de originelen) indienen, waarna nog een keurig bedankmailtje kwam. Ze letten dus toch wel op aan de buitengrens van de EU!

lachen bij de “petrolboat 23”

 

 

 

Nicky, Rhona, Ann en wijzelf (vrnl)

3 en 4 juli ging Frans even terug naar NL om een workshop te geven en Marleen bleef op de boot en ging op stap met Ann.

Art festival in Valetta waar Marleen met Ann naar toe ging

5 juli gooiden we eindelijk los en verlieten Valetta. Na een nachtje voor anker bij Comino, zeilden we op 6 juli lekker 79 mijl halve wind  naar Sicilie. We kwamen in Licata om 17:30 aan en konden nog naar de supermarkt naast de haven. Flessen water ingeslagen, want hier hoef je er niet ver mee te sjouwen.

7 juli op de motor naar Sciacca gevaren, want de wind liet het helemaal afweten.

Sciacca, tegen de heuvel gebouwd oud stadje