72 mijl aan/bij de wind in 9,5 uur
Vandaag voeren we van Bequia naar Saint Lucia (Rodney Bay). Omdat je hier niet graag met donker vertrekt of aankomt, is je actieradius beperkt tot de 12 uur daglicht die je hier hebt.
De wind zou ONO 15-20 knopen zijn dus wij om half zes opgestaan en om 10 over zes (net genoeg daglicht) weg. Tussen de vele geankerde jachten in Admirality Bay wegkomen moet je echt niet doen met minder daglicht. Daarna eerst 12 mijl net iets hoger dan halve wind naar de zuidpunt van Saint Vincent met precies de beloofde wind. Daar viel de wind toch teveel weg om tempo te maken en moest de motor 3 uur bij. Bij de Noordpunt van het eiland woei het >25 knopen en gingen we 23 mijl hoog aan de wind gaan varen, want Sint Lucia ligt oostelijker van Saint Vincent. Heerlijk gezeild behalve een paar massieve golven die over de hele boot heensloegen (schuifluik onder de buiskap stond natuurlijk open en daardoor werd het zelfs tussen de randen van de buiskap door goed nat binnen). De wind nam na een mijl of 6 af tot ca 18 knopen. Het laatste stuk onder de lij van Saint Lucia weer minder wind en moest helaas de motor er weer bij, omdat we voor donker binnen wilden zijn. Om kwart voor vijf voeren we de haven in. We lagen om 17 uur vast. Net te laat om in te klaren maar dat komt morgen wel. De dockmaster sloot ons wel direct aan op water en electriciteit en gaf ons een wifi code.
Op Swan Valhalla was activiteit, we liggen aan dezelfde steiger dus misschien zien we Sam nog later deze week.
Bequia als vanouds
Gezellig een paar dagen in Admirality Bay, veel opgetrokken met Mieke en Eric van de Anna, een Belgisch stel die ook met de ARC meededen met hun nieuwe Southerly 47.
Gisteren zaten we aan de borrel met hen op de Aurora toen een visser een tonijn kwam afleveren die Eric “besteld” had. Gevangen in het ruime vaarwater tussen Bequia en Saint Vincent, ter plekke gefileerd door de visser en bij ons in de pan. Heerlijk!
Vanmiddag naar het strand bij Jacks Bar en morgen gaan we hoogstwaarschijnlijk naar Saint Lucia terug. We hebben al uitgechecked bij de douane en immigration hier. Dat zijn 2 verschillende diensten, die allebei je paspoort willen zien en stempelen, formulieren in 3-voud invullen met carbonnetjes ertussen en vervolgens ook “duties” innen waar je dan weer een handgeschreven receipt voor krijgt. In hun mission statement staat dat zij streven naar een naadloos proces door alle afdelingen in 1 gebouw te combineren en vooral werken om de human resources (werkgelegenheid) en de financiële positie van de staat te helpen…..ben je nog steeds een kwartier bezig zelfs als er geen wachtenden voor je zijn, maar alles gaat met een vriendelijke lach. Live slow, sail fast.
Back to Bequia
2 februari: we varen 40 mijl aan de wind van Carriacou naar Bekwee (zoals ze het hier uitspreken). Flinke wind dus stagfok en een 2e rif erin. Stralend weer en dan die >25 knopen schijnbare wind in je gezicht met af en toe een flinke golf in je gezicht. We waren mooi op tijd in Bequia om nog in te klaren (gisteren op Carriacou uitgeklaard want dat was nog Grenada, Bequia hoort bij Saint Vincent). We hebben er een uur over gedaan bij de customs en de immigration omdat er 5 mensen voor ons waren. Weer een paar mooie stempels erbij in onze paspoorten, dat wel! We moesten “overtime” betalen omdat we in het weekend wilden inklaren…. zo verdient Saint Vincent dus haar geld.
Vanavond geborreld en gegeten met Mieke en Eric, die we al op Lanzarote leerden kennen en die ook de ARC meevoeren, Zij liggen hier al een paar dagen en gaan hierna juist naar het Zuiden, waar wij al geweest zijn.
Wij varen waarschijnlijk woensdag naar Saint Lucia en dan verder naar Martinique. Je leest het wel….
Van Dragons Bay naar Tyrell Bay
30 januari: we zeilden van Whisper Cove langs St George naar Dragons Bay. We waren laterin de middag de enige boot in de baai. Supermooie omgeving, gelukkig zijn we niet lastiggevallen in de nact.
31 januari: om kwart voor 8 vertrokken omdat we dachten stroom en wind tegen te krijgen naar Carriacou (35 mijl ten N van Grenada en een eiland dat nog bij Grenada hoort). De stroom loopt hier nl. altijd west in de zeegaten tenzij het vloed wordt. Moet je goed leren berekenen met de tijd van opkomst en ondergang van de maan. Ik vertrouwde het niet erg, De wind bleek precies Oost dus was het net bezeild naar het NO. En de stroom was tot 12 uur mee (bleek ik toch goed uitgerekend te hebben met behulp van de stand van de maan).
TyrellBay is een soort mini-Bequia maar dan rustiger en geen boat boys om je heen. Leuk en mooi. Er is hier zelfs een jachtwerfje dat professioneel werk levert en duidelijk in opkomst is. Verder gratis wifi als je een paar dollar in de collectebus stopt om het schoolgeld van de kinderen op Carriacou te helpen betalen. Mooi initiatief van restaurant The Slipway naast het werfje.
Grenada’s zuidkust: mooie en rustige baaien achter ruige riffen
We voeren op 28 januari van St. George naar Whisper Cove, een aanrader van George!. Deze cove ligt heel beschut in de Clarke’s bay tussen Hog Island en Salivigny Island. Op zee eerst kruisen (een mijl of 8) met flinke golven, dan zie je bij de kust een gaatje tussen de brekers en plotseling is daar het groene boeitje van de geul. Oppassen want de boeien schijnen hier af en toe ook verkeerd te liggen (afgedreven bijvoorbeeld). Maar alles gaat goed en we varen de mooie en diepe beschutte baai in. Whisper Cove is een kleine inhan achterin deze baai waar Gilles en Mary (een Frans Canadees echtpaar) zijn neergestreken. Zij kwamen hier 5 jaar geleden met hun zeiljacht, zagen het destijds wat verlopen haventje en kochten het. Nu is het hier een heel gezellige kleine marina (16 plaatsen) waar zeker 3 andere Frans-Canadese jachten ook permanent hun ligplaats lijken te hebben gevonden. Frans praten op de steiger dus! Er ligt ook nog een Argentijn met een mooie, zelfontworpen 38 voeter die naar de Caribean 500 gaat (race in Antigua).
We lunchen bij Gilles en Mary en eten zelfgeprepareerd vlees. Gilles is nl. de enige echte slager van Grenada (en van de hele Carieb als je hem mag geloven). Hij koopt selectief vee van lokale boeren, slacht zelf en laat het vlees zorgvuldig rijpen. Geweldige selectie heerlijkheden, waaruit
we nog een keus moeten maken voor in onze ijskast. Daarom gisterenavond alleen een salade in restaurant Aurora, wel met verse ham van Gilles. Vanavond is er Jam Session Pizza. Het restaurant is eigenlijk gesloten, maar Gilles heeft zin in pizza en komt op de steiger vragen wie er mee-eet. Je kunt je eigen pizza samenstellen met alle ingrediënten van Gilles eigen keuken,inclusief kaasjes uit Trinidad, zelfgemaakte salami, ham en worstjes. We gaan het meemaken!
We hebben dit weer verdiend door vanochten een flinke wandeling te maken in de heuvels achter de haven. Je overziet niet goed hoe ver allesis dus liepen we uiteindelijk een uur naar Woburn, het dichtsbijzijnde dorpje en weer terug.
Grenada: Spice Island en heel mooie natuur
Grenada heeft een bewogen geschiedenis: De Caribs werden er in de 17e eeuw door de Fransen uiteindelijk “ondergewerkt” na een veel sterkere tegenstand dan op de meeste andere eilanden. De laatste 40 kozen voor zelfmoord door -in het nauw gedreven op de uiterste noordpunt van het eiland- zich te pletter te storten vanaf deze tientallen meters hoge rots. Het dorp daar heet nu “Sauteurs” en de plek zelf “Caribs Leap”. Ook hebben daarna (veel later, toen het eiland Engels bezit was geworden) de slaven succesvol een coup gepleegd en waren zij enige dagen de baas op het eiland. Dat was echter snel over toen de Engelse militairen van elders kwamen. Het land werd in 1974 onafhankelijk maar bleef wel lid van de Commonwealth. De gouverneur erkent dus de Engelse koningin als wettig staatshoofd. In 1979 werd er een coup gepleegd door mensen die vonden dat de eerste (democratisch gekozen) gouverneur niet goed genoeg voor het volk opkwam. Nieuwe gouverneur dus. Op socialistische grondslag gebaseerde nieuwe beleidslijnen leidden tot wegtrekken van veel buitenlandse investeerders en toeristen, waarop het eiland juist goed draaide. Veel aandacht voor de lokale produktie van o.a. nootmuskaat (1/3 van de wereldproduktie), cacao en veel andere specerijen (en natuurlijk bananen, suikerriet en rum zoals op elk eiland hier) deed echter ook veel goed voor de economie. In 1983 zette de vice-gouverneur de gouverneur af en deze werd ge-executeerd met 40 getrouwen in het Fort George (lijkt wel wat op Suriname tragedie?). Deze man koos voor een echt marxistisch-militaire lijn. De USA greep na 8 dagen in en herstelde met hulp van de legertjes van andere Caraïbische eilanden de democratische lijnen. Nu is Grenada het meest welvarende land van de windward
- nootmuskaat ligt te drogen

Belmont Estate waar cacaobonen worden verbouwd, gedroogd en geleverd aan de Organic Chocolate Factory
nootmuskaat wordt gepeld (100% handmatig!)
, lijkt ons, dankzij nieuw vertrouwen van investeerders en toeristen. Het eiland is bovendien qua natuur het mooiste en ook “wildste” wat we tot nu toe gezien hebben. We reden rond in een busje voor ons 2 en leerden dit verhaal van onze chauffeur.
We bezochten o.a. Belmont Estate, een oude cacaoplantage waar alle bonen worden geleverd aan de lokale chocoladefabriek (Grenada Organic Chocolate), die geen chocola met minder dan 60% cacao produceert (helemaal handmatig). Leuke rondleiding gehad. Ook gingen we langs een nootmuskaat- verwerkingsstation en de historische rumfabriek, waar met een watermolen het suikerriet wordt geperst en met een houtvuur de koperen destillatiekolommen worden verwarmd. Technologie anno 1794 en er komt rum uit van ma. 92% alcohol!. Wel geproefd maar niets gekocht, we hebben nog genoeg “Chairmans Reserve” uit St. Lucia.
Terug via het regenwoud en de oude krater, die nu peilloos diep zoetwater-reservoir is geworden, vanwaaruit get eiland met meer dan 40 rivieren wordt besproeid. Al het drinkwater komt daarvandaan.
Grenada: St George
St George, de hoofdstad van Grenada, heeft een mooi waterfront. Deels oud, deels in oude stijl weer opgebouwd na een grote brand.Het ziet er echt Engels koloniaal uit met een fort en een mooi oud regeringsgebouw maar als je erdoorheen loopt is het duidelijk toch een Caraïbisch dorp: een vismarkt, een opn foodmarket waar per dag de stalletjes aan anderen worden verhuurd, veel winkels met spulletjes voor toeristen (er is hier een cruiseterminal). Maar wel rijker en voor je gevoel veiliger dan bijvoorbeeld Castries op st. Lucia. We konden de verleiding niet bedwingen om te gaan lunchen bij BB’s Crabback, aan het water en met BB als kok en animator in het restaurant. Met uitzicht op de jachthaven en de carenage (oude haven) en heerlijke krabgerechtjes natuurlijk.
Kick em Jenny, Les Tantes en London Bridge
Daar zijn we vandaag (23 januari) allemaal langsgevaren. Kijk maar op Marinetraffic.c om te zien waar dat ongeveer is.
Kick em Jenny is een onderwatervulkaan tussen Cariacou en Grenada waar je overheen vaart als je de directe route volgt. Meestal is de vulkaan slapend maar toch hebben we maar even de 1,5 km(!) exclusion zone aangehouden die de coastguard adviseert.
Nu in St. George, de hoofdstad van Grenada. Morgen maar eens kijken, het ziet er vanaf het water erg mooi uit (oud koloniaal engelse stijl).
Clifton – Union Island, weer aan een steiger!
21 januari: Wakker worden voor Mayreau met een mooie strak blauwe lucht. Ontbijten in de kuip en een beetje klussen; we motoren naar Union Island (6 mijl, net genoeg om de accu’s weer vol te laden). We leggen aan bij Bougainville aan een ‘echte’ steiger! Na 2 weken aan moorings en voor anker moeten we toch even echt water tanken en het is ook wel weer eens leuk om direct van de boot het dorp in te lopen zonder dinghy te gebruiken.
Union Island gaan we morgen echt bezoeken. Het dorpje Clifton is klein maar wel heel leuk. Het ligt gek genoeg aan de Oostkant waar de wind direct op staat. Maar een rif voor de kust zorgt voor een rustige baai waar je kunt ankeren of zelfs, zoals wij, aan een steiger kunt aanleggen.
Tobago Cays en Mayreau: mooier kan het niet worden…..
We varen van Mustique naar de Tobago Cays, 21 mijl in 3 uurtjes. De Cays zijn 3 kleine onbewoonde maar heel mooie eilandjes achter het Horseshoe Reef, waarop de oceaandeining stukslaat. Je kunt ankeren net achter het rif en aan de loefzijde van de eilanden in ca 11 meter diep water waar je de bodem gewoon ziet. In de volle wind dus en toch geen golven. Achter je hagelwitte strandjes met palmbomen, onder je azuurblauw water (door de zandbodem licht van kleur en glashelder) en voor je het bulderen van de brekers op het rif. Het woei 20-25 knopen in de nacht. Met volle maan en heldere hemel bijna geen zin om te gaan slapen…..Voor het donker werd nog naar schildpadden gekeken met de snorkel (2 gezien).
(8 mijl verder), ook weer een plaatje van een eiland. Het kleinste bewoonde eiland van de Grenadines. We liggen in Saline Bay voor een lng zandstrand en onder een klein dorpje waar Dennis de scepter zwaait. Niet alleen in zijn restaurant “Dennis Hideaway” maar ook omdat het halve eiland failie van hem is en voor hem schijnt te werken (hij heeft ook de watermaker op het eiland in bezit bijvoorbeeld…)
Mustique: Watering Hole voor de “well heeled”
Mustique is een eiland in prive-bezit op 10 mijl van Bequia. Gewone stervelingen als wij zijn er welkom, maar eigenlijk is het eiland voor de super-rijken van deze aarde ontwikkeld. Een oase van rust, helemaal aangeharkt en prachtige natuur. Af en toe loop je langs een oprijlaan waarachter een paleisje of kasteelachtig gebouw verscholen ligt. Mick Jagger, David Bowie en het Engels Koninklijk Huis hebben hier buitenhuizen. Zolang je ze niet lastigvalt ben je heel welkom. Locals die hier wonen en werken hebben het relatief goed. De Ltd die het eiland bestiert heeft een school en een kerkje voor ze gebouwd en stelt hen tewerk.
We liggen hier in een mooie baai direct voor Basils Bar, waar je af en te een beroemdheid schijnt tegen te kunnen komen. Wij hebben er nog geen gespot. We liggen hier met nog 15 andere jachten, maar wel met veel ruimte en privacy voor iedere boot.
Op de onderste foto zie je de vissershuisjes. Daar slapen ze met 5 of 6 man als ze hier 3 weken zijn om te vissen. We kochten er verse botervis voor vanavond, zo van het bootje.
Bequia – The Grenadines
11 januari voeren we naar Bequia vanaf Saint Lucia, 62 mijl. Vroeg we om 06:30 om ruim bij licht aan te komen. Dat lukt , we waren er om half vier. Mooi eiland met aparte sfeer. Vandaag een rondrit gemaakt naar alle baaien en uitzichtpunten en naar de schildpaddenopvang van Brother K. Soort Lenie ’t Hart opzet. Vanavond verse kreeft die we vanmiddag van een man in een bootje kochten voor 15 euro 2 kreeften die hij voor ons doodde en opensneed. Daarna direct in de pan, we gaan genieten!
We beleefden een mooie avond met de crew van de Windsurf in Jacks Bar aan het strand. Live muziek en heel goed eten. De dag erna daar aan het strand gelegen. In de avond een BBQ met 11 andere bemanningen van boten van allerlei nationaliteiten. (merendeels ARC boten). Kreeft op de BBQ met allerlei heerlijkheden die elke bemanning wel had meegenomen. Het vuur en de drank werden verzorgd door een local die een kleine strandbar uitbaat daar. Hij zorgde er ook voor dat er geen lastige andere locals op ons afkwamen.
Marigot Bay nu echt alles bekeken
10 januari. We wandelden vandaag een steil weggetje op naar het dorpje Marigot (achter de mangrove bij JJ’s restaurant waar we op oudjaarsavond aten.
Verder borrelden we uitgebreid met Hans en Katrien, die we eerder al tegenkwamen in Las Galletas (Tenerife) en nu dus ook de oversteek volbracht hebben. Ze kwamen gisteren de baai invaren en liggen nu pal achter ons. Leuk weerzien!
Zij hebben een zwaardere oversteek gehad dan wij en dat met 2 kinderen aan boord en nog weinig zeezeilervaring. Petje af!
Morgen willen we allebei langs St Vincent naar Bequia (klein eilandje ten Z van St. Vincent). Daar liggen veel bekenden van ons beiden, denken we. Wemaken er geen race van, we zien wel of we samen opvaren. 60 mijl dus om bij daglicht aan te komen varen we om 06:30 weg (is het plan). Vandaag daarom al uitgeklaard bij de douane (formulieren in viervoud, stempels in je paspoort etc.).
8 januari: we vertrekken eindelijk echt uit Rodney Bay
Nadat we bekomen zijn van alle drukte met kerst en oud/nieuw en we ook nog de WC en de watermaker hebben gerepareerd (wachten op onderdelen duurde nog het langste) varen we weg. Zo ongeveer als laatste van alle ARC deelnemers waar we mee optrekken. Nu gaat het echter weer een paar dagen hard waaien en veel regenen de komende 2-3 dagen. We gaan dus naar Marigot Bay (voor de derde keer, maar het is toch wel erg mooi).
De foto die hierbij staat geeft weer hoe het er hier nu uitziet, maar werd al eerder door Petra van de Blue Runner gemaakt toen we de vorige keer hier samen lagen. We zien hen nog wel op Bequia waar we vrijdag of zaterdag heen varen.
Cruisen langs Saint Lucia
Van 26 december tot 3 januari waren we hier met Frédérique, Martijn en Jeroen.
We fietsten naar “Cas en Bas” , een baai aan de Atlantische kust waar Marjorie haar beachbar heeft maar verder niets is behalve een mooi strand en grote golven (dus ook kitesurfers).
Daarna voeren we naar Marigot Bay (prachtige baai/hurricane hole in de mangrove) waar we aan een mooring lagen. Daarna naar Jalousie, een strand/baai tussen de 2 Pitons in. De Pitons zijn het handelsmerk van Saint Lucia; twee puntvormige vulkanische bergen vlak naast elkaar. Ze staan op de nationale vlag en het lokale bier (een soort Corona) heet ook “Piton”. Daar lagen we vrij ver buiten in de baai (ook weer aan een mooring) en genoten we van zwemmen en snorkelen in kristalhelder water en van heel mooi uitzicht op de Pitons (zelfs na zonsondergang indrukwekkend). Oud en nieuw vierden we weer in Marigot Bay. We gingen eten in JJ’s restaurant met Peter en Marianne Verlegh van de Windsurf, die ook de ARC zeilden en waarmee we al eerder optrokken. Heerlijk gegeten op een terras dat in de mangrove lag. De WC’s waren alleen bereikbaar via aan plankier van 30 meter lang het oerwoud in.
De dag erna voeren we terug naar Rodney Bay waar we ankerden onder Pigeon Island met ca 20-24 knopen wind. Prima test voor anker, ketting en klauw die we nog niet eerder met veel wind gebruikten. Bij “Jambe de Bois” (Beach Bar op Pigeon Island) een straffe rumpunch gehaald maar dat werden er 2 want het was happy hour…. en in het donker toch nog de boot teruggevonden.
2 januari was de laatste dag voor Fre, Martin en Jeroen en ze nodigden ons uit om in de Spinnakerbar te gaan eten! Heerlijk en heel gezellig natuurlijk.
Vandaag zijn we weer met ons 2-en dus. Wel even wennen want sinds Tenerife (half oktober) hebben we altijd “bemanning” gehad. We blijven hier nog een paar dagen i.v.m. de reparatie aan de watermaker waarvoor de onderdelen dinsdag binnen moeten komen.
Na alle kerstdagen en restaurants van de laatste weken gaan we maar weer even op dieet. Hoewel: tijdens de ARC zijn we beiden afgevallen, dat merk je ook zonder weegschaal aan je kleren wel.






















































