Zaterdag 5 april, we zeilen naar Road Bay aan de ZW kant van Anguilla. Dat vlakke eiland ligt aan de NO-kant van Sint Maarten en is nog steeds een Brise kroonkolonie. Heel rustig en op het eerste gezicht onderontwikkeld, maar er liggen wel heel veel mooie en grote villa’s en resorts bij de prachtig witte stranden. We blijven 2 dagen in Road Bay, waar je goed voor anker ligt, zelfs met 20-25 knopen wind over dek. Een kleine swell in de baai, maar dat is geen ramp. Op de wal zijn bijna alle restaurantjes verlaten en is de winkel bijna leeg. Het seizoen lijkt voorbij te zijn. We genieten van mooi helder water en weer schildpadden rond de boot en van het mooie strand.
Laatste
een leergierige gast aan boord!
Van Tintamarre zeilden we terug naar Anse de Marigot (St. Martin) waar we voor anker gingen. Florian van Starship zeilde met ons mee en vermaakte zich prima achter het stuurwiel. Marleen en ik kregen om de haverklap opdrachten om genua of main bij te trimmen en meestal klopten ze ook aardig. Hij heeft er gevoel voor!
Hierna vertelden zijn ouders, Ushi en Dietmar, dat hij wel kritischer was aan boord bij hen. Op de volgende oversteek (naar Virgin Gorda) hadden ze heel wat te horen gekregen over de zeiltrim van Starship…. ze gaan nu wel een stuk harder dan hiervoor, dus het hele gezin heeft er lol in.
Naar Grande Case en Ile Tintamarre
Dit zijn namen die jullie weinig zeggen natuurlijk. We voeren langs de Franse kant van Sint Maarten naar deze mooie baaitjes. Grande Case is gezellig, met een dorpje en veel strandtenten. Ile Tintamarre is daarentegen helemaal onbewoond en lijkt wel een soort waddeneiland. We lagen aan een keurige mooring voor een paradijselijk strand waar we barbecueden met Starship. En we zagen heel wat vissen en schildpadden.
Naar Nevis en St Barths en St Martin
Na een week leuke ankerplaatsen bij Nevis (Charlestown), en St. Barths (Anse de Colombier) liggen we nu in Marigot aan de Franse kant van Sint Maarten (Saint Martin dus).
We hadden op Nevis echt het gevoel weer terug te zijn in de nog wat onderontwikkelde Carieb van het Zuiden (Grenadines). We bleven dus 2 dagen. Een klein dorpje met alleen moorings en geen haven, kleine winkeltjes en weinig luxe. Tot je over het eiland rijdt en ziet wat een super chique hotels er staan, allemaal omgebouwde plantagehuizen van vroeger. Princess Diana bivakkeerde in 1 van deze hotels anderhalf jaar tijdens of na haar scheiding met Charles. Ik hoop voor haar dat ze wat korting kreeg want de prijzen begonnen bij 1200 US Dollar per nacht…..Leuke eilandtocht gemaakt dus.
Na Nevis een prachtige zeildag naar St Barths, het chique eiland (Monaco van de Carieb wordt het wel genoemd). De haven was vol vanwege de St Barths Bucket (invitation race voor ca 40 superjachten > 90 ft only). Daarom gingen we juist hierheen om dat eens te bekijken. We gingen om de hoek naar de baai Anse de Colombier waar goede moorings zijn. Helemaal verlaten, behalve 20 andere jachten. Alleen bereikbaar per boot of wandelpad. We liepen over het bergpad langs de atlantische kant van het eiland naar een dorpje vanwaar we de taxi namen naar Gustavia, het havenplaatsje aan de lijzijde waar het te doen was. Mooie klassieke schepen maar ook patserjachten (Perini Navi’s) gezien.
Na 2 dagen op St Barths zeilden we prachtig halve wind naar Sint Martin en voeren en passant tegen het wedstrijdveld in (aan lijzijde om beleefd te blijven). Mooie foto’s gemaakt o.a. van Rainbow, de mooiste J die er is!
Op Saint Martin is het druk maar gezellig. Goede winkels, lekkere bakker en prima yacht services hier. Wel weer erg Europees/Frans maar ook een vleugje USA erin. Niet meer zo Caribisch. Vanavond lekker uit eten, Johanneke trakteert op haar laatste avond hier.
Naar Jolly Harbour: hier begint de Carieb die we uit de folder kennen
20 maart: we zeilen van Nonsuch Bay langs de zuidkust van Antigua. Eerst even een paar mijl tegen wind en golven van 1,5 meter in om de baai weer uit te komen tussen de riffen door. Daarna ruime wind, dus genieten met 16-20 knopen wind. Dagrecord, weekrecord en maandrecord gaat naar Marleen (10,2 knopen) en dat met gereefd grootzeil.
Om de hoek langs de westkust wordt het ondiep en navigeren we tussen de banken en koraalriffen door naar de kust. Groenblauw water (ondiep) en witte stranden, dat is de Carieb van de bekende foto’s.
Jolly Harbour is mooi aangelegd, wel weer een grote moderne haven. Goede voorzieningen zoals wasserij, goede chandlery, grote supermarkt, zwembad… Mooi bungalowdorp ernaast met veel 4-wheeldrives en golfcarts waarmee men naar het strand rijdt . Het doet al wat Amerikaans aan allemaal. Mooi strand ervoor met de Castaway Beach Bar (lijkt wel op Rodney Bay met de Spinnakers Bar).
17 en 18 maart: Nonsuch Bay, een vreemde naam voor het paradijs….
Want dat is het! Een echt Caribisch paradijs. Op 9 mijl van English Harbour vaar je tussen het koraal, Green Island en Antigua zelf een baai in van 2 bij 1,5 mijl. Kijk maar eens op google maps aan de ZO kant van Antigua.
Deze baai is open naar het Oosten en de passaatwind blaast dan ook recht in je gezicht. Je ziet en hoort de oceaangolven die vanaf Afrika vrij spel hebben gehad om hier te komen, maar ze breken net voor je ankerplek of mooring op een groot koraalrif dat net onder water steekt. Je ligt dus helemaal rustig.Wat dat betreft lijkt het op Tobago Cays, maar hier is het veel rustiger (maar ca 10 jachten achter het rif).
De naam komt van het schip dat de baai en de invaart ontdekte in de 18e eeuw, het schip de “Nonsuch”. Ook toen al vreemde namen voor schepen, dus.
Verderop de baai in zijn weer andere kleine hoekjes en baaitjes waar je ook kunt ankeren. Daar zijn ook wel grote resorts met mooie stranden.
Vandaag gingen we met de dinghy 1,3 mijl de baai in naar Harmony Hall, een smaakvol aangelegd kleinschalig hotel met artshop en bar/restaurant waar zeilers ook welkom zijn. Wordt gerund door een italiaans echtpaar dat hier 6 maanden zit en dan vanaf mei in de zomer in Bologna een restaurant heeft. Heerlijk gelunched dus met en glas rosé op het terras boven de baai.
We liggen hier met Starship, Heckogecko en Capricorn die we van de ARC kennen en de Maris en Maranne die we in Bequia al eerder tegenkwamen. Op al deze schepen zijn kinderen dus de ankerplek is een speeltuin voor dinghies en surfboards. Gezellige boel dus.
Hiken naar Shirley Heights
15 maart: we lopen de heuvel opvanaf Galleon Beach. Door een schaduwrijk en kurkdroog bospad (Desmonds trail) lopen en klauteren we 200 meter omhoog naar het lookout point. Je hebt daar een prachtig uitzicht over English Harbour en Falmouth Harbour en je kunt zowel de Caribische zee als een stuk oceaan naar het Oosten en zelfs het noorden zien. Niet voor niets het punt waar de engelse marine vroeger haar uitkijk en signaalpost had.
Op de dockyard zelf: een openluchtmuseum
De dockyard was het Refit-Centre voor de Royal Navy van ca 1780 tot ca 1850. Na de definitieve vrede met Frankrijk was de basis niet meer nodig en vervielen de gebouwen snel. Sinds de vijftiger jaren van de 20e eeuw is de hele werf langzaam maar zeker prachtig gerestaureerd. Ook een interessant museum met veel over Lord Nelson natuurlijk, maar ook over de marine en de mensen die er dienden.
Een paar plaatjes van vandaag (Mariëtte en Do: is er wat veranderd?)
























Castaway bar waar we coconut smoothie en veel water dronken (bloedheet)










