Atlantisch zeilavontuur in lokale recepten

Laatste

4 augustus: naar Pula baai waar we de Maybe ontmoeten

We zeilen van de ene baai naar de andere. We scheuren om Capo Spartivento heen met flinke westenwind (ca 20 knopen) en daarna loeven we op om de kustlijn te volgen naar Pula. We hebben afgesproken met Silvio en Antonella, vrienden uit Marina di Ragusa, die hier met hun boot “Maybe” ook naar toe zijn gevaren.

op weg naar Capo Spartivento, voor de wind toenam

Bij Pula, de Maybe ligt vlakbij

De wind draait met ons mee en wordt zuidelijk. We zijn wat bezorgd voor de wind daar, want met zuidenwind zijn beide baaien bij Pula matig beschut maar dat blijkt onnodig. 5 mijl voor Pula valt de wind gewoon weg en hij blijft ook weg. We ankeren en zwemmen vlak voor de Maybe uit tegenovergestelde richting aan komt varen (op de motor want ook vanaf Cagliari hadden zij hetzelfde verschijnsel: wind bij vertrek, geen wind bij Pula…)

Het werd een gezellig weerzien met een bbq bij hen aan boord tot laat in de avond. Zij varen met 2 andere boten samen op, dus het was lekker vol. Silvio: “French boats have 2 great advantages: a very good fridge and a large cockpit….

3 augustus: we vertrekken weer richting het oosten en gaan ankeren

We doen even wat inkopen bij de plaatselijke winkeltjes (bakker, groenteman, slager) omdat we 3 dagen willen ankeren. Met een volle watertank vertrekken we om 10:30u.

zicht op Carloforte bij vertrek

Er is weinig wind, dus het wordt tuffen. Na Capo Sperone wordt de wind sterker maar hij wordt ook pal ZO, dus tegen….

We ankeren om 14:30u bij Punta Menga (Porto Pino) bij 18 knopen wind (inmiddels) voor een lang zandstrand met een paar heuse lage duinen. Je mag hier niet overal ankeren, want het is ook deels militair oefenterrein (schietoefeningen).

We moeten nog even wachten met zwemmen en de ankercheck tot de wind afneemt. Precies volgens voorspelling gebeurt dat om 17:00 uur. Lekker is dat om even af te koelen. Het anker ligt prima dus we kunnen weer rustig slapen ’s nachts.

de ankerbaai bij Punta Menga

we zien een hele fraaie zonsondergang vanavond. Bovendien is het vannacht helder met een bijna volle maan

De volgende morgen is het eerst windstil en de boot is weer aardig om het anker heen gedraaid. Als we gaan zwemmen is de wind al weer gedraaid naar het ZO en nog rustig genoeg om met de Gopro een filmpje te maken onder water, o.a. van het anker. Vanmiddag neemt de wind weer verder toe naar verwachting. We blijven gewoon hier liggen.

Calasetta

bij dit strand hebben we gezwommen

de oude wachttoren op het hoogste punt van Calasetta

straatje vanaf de toren naar de haven

de haven van Calasetta, ondiep en dus weinig grotere jachten, wel vissers

met deze “hypermoderne” veerboot voeren we over….

We wandelen door het dorp, zwemmen bij het strand net naast het dorp en we lunchen eenvoudig doch voedzaam met een pizza en een salade. Calasetta is een leuk plaatsje, heel anders dan Carloforte aan de overkant. Witte huizen, rechte straten en minder “stads” en welvarend.

Dagje passagieren

We gaan vandaag per veerboot! Van Carloforte naar Calasetta, een half uurtje varen. 

Niet met deze veerboot, die is nl. 150 mijl van huis hier….
Zicht op de haven en de Aurora

San Pietro, het grootste Italiaanse eiland na Sicilië en Sardinië

San Pietro ligt weliswaar als een soort satelliet naast Sardinië. Het is toch echt een best groot eiland met een eigen karakter.

zomaar 2 boeien in de aanloop van de haven van Carloforte. Dergelijke luxe is hier zeldzaam. Maar het is hier wel nodig, want tussen de N- en de Z- aanloop ligt een ondiepte van 1,5m diep (waar de kardinale boei bij ligt). Daar voorbij zie je de verkenningston en van daar zoek je het maar uit in rechte lijn naar het havenhoofd. Je ziet onder je de rotsen en het zand op 6, diepte maar alles gaat goed.

San Pietro is laag en groen en met het stadje Carloforte, dat heel anders aandoet dan Sardinië. Het stadje is gesticht voor mensen uit de buurt van Genua, die generaties als slaven voor Tunesiërs in Afrika moesten werken nadat ze ontvoerd waren in Ligurië. Na hun vrijlating, door de Italiaanse koning (die Carlo Emmanuel III heette) is hen deze stad gegeven. De plaats doet daarom ook denken aan Genua in het klein en men beweert dat het dialect hier ook sterk verwant is aan het Piemontees. In ieder geval is het niet te verstaan en ook niet te lezen. De enige vertaling die je vindt op officiële bordjes is dan in het echte Italiaans, wat we net een beetje snappen. Het is een oud stadje met wel wat toerisme, maar heel relaxed. Erg goede winkels voor lekker dingetjes en veel terrasjes natuurlijk.

terrasje in Carloforte

impressies van Carloforte

De haven is prima, niet helemaal beschut maar wij liggen goed. Het waait nu flink, ca 25 knopen en om de hoek op open zee is 40 knopen voorspeld. Goed dat we dus gisteren hierheen zeilden en we blijven hier nog minstens een dagje tot de wind en de swell weer afnemen.

Onze Italiaanse tonijnvrienden met hun Comet 41S zijn hier ook en vanavond komen ze bij ons een borrel halen. We zijn benieuwd hoe het zal gaan met communiceren, want 2 van de zeven leden ven de bemanning verstaan Engels maar spreken het nauwelijks en één vrouw spreekt vloeiend Engels (zij doet haar PhD in Kopenhagen).

borrel met onze Italiaanse vrienden

De geelvintonijn

Deze vis is een apart bericht waard. We kregen hem van Italianen die we steeds weer tegenkomen, ook in de ankerbaai van Malfatano. Zij herkenden ons na het ankeren (een stukje verderop) en kwamen ons en moot brengen van de tonijn die zij overdag hadden gevangen, zoasl we al eerder vertelden. Marleen maakte er een heerlijk maal van, met dunne spaghetti en een heerlijke salade erdoor. Prachtige vis ook, verser kan natuurlijk niet!

tonno a la Marleen

30 juli: we varen langs de zuidkust van Sardinië: filmpje met 20 knopen wind

Op 29 juli steken we over van Villasimius naar de zuidkant. We ankeren in een mooie baai achter een klein eilandje bij Malafatano (3 baaitjes naast elkaar, tussen de rotsen.

ankerbaai Porto Malfatano

We dachten een rustige nacht te hebben maar de wind draait wel 2 keer 360 graden in de nacht en we worden aardig onrustig. In de vroege ochtend gaat het harder waaien dan gedacht (16-17 knopen uit het oosten). Het anker blijft gelukkig goed liggen met al deze draaierij.

We zijn vroeg wakker en besluiten te profiteren van de mooie wind. Tot ca 23 knopen wind krijgen we om de 2 kapen aan de zuidkust. We doen het rustig aan met zijn 2-en en varen alleen op de genua, soms met een paar rollen ingedraaid. Toch goede voortgang van ca 7 knopen.

Ziehier hoe dat gaat:

Op je schreden terugkeren: kan dat zeilend? Ja, dus….

We zeilen op 27 en 28 juli terug zoals we gekomen zijn: Eerst 32 mijl lekker rustig zeilen mat halve wind naar Porto Corallo, want verder naar het zuiden waait het nog steeds 25-29 knopen(windkracht 7) uit het westen, dus tegenwind als je langs de zuidkust naar het westen wil.

Op 28 juli verlaten we Porto Corallo weer, met windstil weer. Motor aan dus. Later zeilen we nog een stukje, maar de wind draait tegen ons in zoals voorspeld. Bij Capo Carbonara draait de wind naar het westen en trekt stevig aan tot 25 knopen. Weer precies zoals voorspeld. We gaan dus niet ankeren maar kiezen voor de haven van Villasimius, die wel mooi is maar eigenlijk hadden we liever voor anker gelegen. Morgen hopelijk, als we weer verder varen naar de zuidkust en de wind weer minder wordt.

wegvaren bij Santa Maria Navarrese op weg naar Porto Corallo, voor de zeilen omhoog gingen

zicht op de haven en daarachter de baai van Villasimius

Barbaggia

We rijden vanaf het kerkje van San Pietro verder, eerst afdalend tot zeeniveau naar een baai met een haventje waar we niet kunnen komen met de boot (te klein) in Cala Gonone. Maar het plaatsje is minder leuk dan we dachten (veel toerisme) dus we zijn na een goede cappucino weer snel vertrokken. Verder over de enige weg die door de bergen loopt naar Nuoro, Dorgali en Oliena. Dit laatste plaatsje is erg leuk: oude smalle straatjes en veel muurschilderingen van echte kunstenaars, geïnitieerd door de pastoor van het dorp…we bezoeken erna nog een bijzondere plek: de grootste bron van Sardinië, die midden in de bergen ligt (Su Gologone)

de grootste bron van Sardinië, die wel over 20 km onder de rotsen door lijkt te lopen en meer dan 135 m diep onder water gaat.

We lunchen er heerlijk, weer met Sardijnse specialiteiten (salade van gegrilde geitenkaas en honing en schapenvlees aan een spies). Heerlijk en als je samen 1 portie deelt nooit teveel. Dat is hier ook heel gewoon.

onze lunchplek, rechts op de foto op het terras achter de muur

Daarna rijden we weer terug naar de haven. We moeten omrijden want er blijkt een grote bosbrand te zijn uitgebroken zodat de snelste weg afgesloten is.

bosbrand

In het dorp zijn we maar even langs de supermarkt gegaan om flink boodschappen, water, bier en wijn in te slaan nu we de auto hebben. Dat scheelt veel sjouwwerk.

De oostkust van Sardinië (2)

In Arbatax hebben we heerlijk Sardijns gegeten in het havenrestaurant: Fregola (een soort grovere couscous) en Ricciola (Amberjack of goudmakreel, een witte grote vis die je in moten bereidt). Heerlijk!

Na Arbatax varen we wel 3 mijl naar de overkant, naar Santa Maria de Navarrese. Niet zonder halverwege even geankerd te hebben voor een paar rondjes zwemmen natuurlijk. Dit plaatsje is gesticht in ca 1067 door prinses Maria de Navarra, die hier schipbreuk leed na de overtocht vanuit Spanje in de periode dat de Spanjaarden heer en meester waren over Sardinië. Ter nagedachtenis bouwden de Spanjaarden er een kerkje, waarvan een deel nog overeind staat en inmiddels is opgenomen in een groter geheel.

de haven van Santa Maria de Navarrese, in de verte op de landtong ligt Arbatax

zij waren er ook bij….

Het gaat volgens verwachting echt hard waaien de komende 3 dagen (Mistral vanuit het noordwesten, dus liggen we hier heel beschut achter de rotsen).

We huren een auto en maken een tochtje door Barbaggia (het hoge binnenland, waar de autochtone Sardijnen zich steeds meer terugtrokken met de komst van steeds weer nieuwe overheersers) en Supramonte (een heel hoge bergkam tussen Barbaggia en de kust, de bergpas erheen ligt boven de 1000 meter. Veel steile en kleine weggetjes waarover de 2e etappe van de Giro d’Italia in mei ook ging. Overal zie je nog tekens op de straat staan, er hangen roze fietsframes en wielen aan de bomen en, belangrijk, bijna langs de hele weg is de vangrail vernieuwd en vaak verhoogd. Toch lijkt het levensgevaarlijk om hier met een grote groep hard te fietsen. Wij hebben gelukkig de auto….

oud kerkje di San Pietro, midden in een soort wildwest omgeving waar verder niets is behalve een paar ezels. Verderop komen we ook zwijnen en geiten tegen langs de weg

we zijn op Safari: ezels, zwijnen en geiten in het wild….