Atlantisch zeilavontuur in lokale recepten

Laatste

Oversteek naar Kroatië op 9 september

En nu zijn de weergoden ons echt goedgezind! We vertrekken iets na half zeven voor de oversteek van 60 mijl naar Lastovo.

Charlie weet nog niet helemaal wat ze ervan moet denken….

De wind en de zee zijn knap onrustig als we wegvaren, dus 2 reven in het grootzeil en half ingerolde genua. We lopen alsnog rustig 7,5-7,7 knopen omdat we halve wind naar het noordoosten kunnen sturen. Na 25 mijl is het op met de wind, zoals voorspeld door predictwind en meteoconsult. Motoren dus maar weer. Als we de eilanden van Kroatië in zicht krijgen, komt de wind zoals verwacht wel weer terug uit het noordwesten maar te weinig om goede voortgang te maken, dus de motor blijft zachtjes bij.

We moeten namelijk nog naar een haven om “in te klaren”. Waarom. zul je vragen , want Kroatië is toch een Schengen land sinds 1 januari 2023? Ja, maar je moet wel 2 vergunningen hebben om met je eigen jacht hier te mogen varen. De toeristenbelasting kun je online regelen, maar de navigation permit voor de boot niet. Op bijna ieder eiland is wel een haven met een havenmeester die dat kan doen, maar in Lastovo is dat geen gezellige plek (veerhaven). Als je dit niet direct doet op de dag dat je de Kroatische wateren binnenvaart, kun je een fikse boete verwachten. De kustwacht monitort je op de AIS. Het zoveelste verdienmodel van de Kroatische overheid…..

Marleen kan om 17:00 bij de havenmeester terecht (Frans kan dit niet doen want je hebt een vaarbewijs nodig…..). Het kost een half uur want de pinautomaat weigerde eerst dienst en contant betalen kon niet. “ Welkom in Kroatië “ , zei de havenmeester….

Daarna snel door naar Portorus (Porta Rossa) , een steiger in de baai Skrivena Luka. Wel even wennen, deze taal….

We komen om 18:30 in deze prachtige baai aan, waar we met 4 jachten aan een mooie steiger kunnen liggen. Er is nog plaats voor veel meer boten maar het seizoen is duidelijk bijna afgelopen.

Uitzicht op de steiger in Portorus

Om de goede afloop van met name het “inklaren” te vieren, eten we een risotto met zeevruchten op het terras met zicht op de baai. Daarna vroeg naar bed. Ook Charlie was doodmoe.

Het eerste Kroatische biertje smaakt prima
Portorus of ook wel Porta Rossa

Na wind tegen komt zeilweer: op naar Vieste!

Op 8 september is niet alleen de wind, maar ook de swell tot rust gekomen. We kunnen de eerste 2,5 uur zelfs zeilen, halve wind met 13-15 knopen.

Daarna valt de wind weg en komt vanuit het noorden terug, tegen dus. Maar dat wisten we en daarom waren we vroeg vertrokken (7 uur) want de rest van de dag zou deze tegenwind alleen maar sterker worden. We motoren de laatste uurtjes naar Vieste waar we om 13:30 aankomen. De eerste steiger aan BB is van Alessandro en zijn vader; daar lagen we vorig jaar ook en dat beviel ons prima.

Vertrek uit Trani
Vieste vanaf de heuvel, de haven ligt aan de andere kant dus zie je niet hier
De punt van Vieste en dus van het uitsteeksel Gargano

Zij hielpen bij het halve wind aanleggen wat wel prettig was bij 17-19 knopen wind. Daarna heeft Alessandro ons geholpen met diesel tanken met jerrycans in zijn bootje, 3 keer heen en weer. Nu kunnen we wel weer even vooruit.

In de haven van Vieste, morgen naar Kroatië

Trani revisited, nu voor een paar dagen verwaaid

We varen op 3 september 21 mijl naar Trani, het logwieltje wordt zowaar wakker en geeft de snelheid en afstand bijna goed aan. Er zal wel aangroei voor het wieltje gezeten hebben want het wieltje zelf hadden we er juist uitgehaald voor we weg gingen eind mei. Kennelijk doodt het waterklimaat in Bari alles wat groeit in Brindisi.

Het gaat niet echt lekker, in het begin wind en golven tegen zodat de boot flink zout wordt. Charlie vindt het niet leuk…..en is zeeziek. Gelukkig zijn de laatste 10 mijl weer rustig.

Luigi regelt weer een mooie plek voor ons bij de haven van de gemeente, die niet direct te benaderen is. We gaan hier 4 dagen blijven wat het gaat echt hard waaien, 35-40 knopen uit het noorden. Maar Trani is wel een leuke plek om dat te doorstaan. We liggen aan de lijzijde van de steiger in de luwte van een grote motorboot (gin palace) dus relatief rustig. In de avond is het trouwens ook nog helemaal kalm, nauwelijks wind.

Panorama vanaf de boeg om 22:00 uur

Op 4 september waait het al 25 knopen in de haven en de golven slaan over de dijk van de buitenhaven. Waar wij liggen is het prima. Marleen haalt vers brood terwijl Frans het zout van de boot spuit. Daarna koffie en niets doen, boekje lezen enzovoort.

Ons uitzicht overdag

We gaan naar de supermarkt en Charlie mag zowaar mee naar binnen!

Speciale karretjes voor honden

1 september varen we 62 mijl naar Bari

We blijven een dagje in de marina en gaan lekker eten in het heerlijke havenrestaurant.

Na 2 nachten in Brindisi marina gaan we de Adriatische zee op. Het wordt motoren want de lichte wind is 20 graden van voren. Rustige start dus. Ook voor Charlie die meer dan de halve reis ligt te slapen.

In Bari komen we om 16:50 aan bij Nautica Ranieri waar we eerder ook geweest zijn. Goede werf met een paar steigers maar wel ver van de stad. De Danzon van Rob en Jeanette ligt schuin tegenover ons maar ze zijn niet aan boord, dat wisten we.

We blijven even een dagje om bij te komen van dit avontuur…..

Danzon ligt er rustig bij
We krijgen nog dure buren, prototype van Y-90

30 augustus: proefvaart met Charlie aan boord

Na een road-trip van een week en 2300 kilometer zijn we op 25 augustus weer op de boot gestapt in Brindisi. Zelfs voor Italiaanse begrippen is er dagenlang sprake van een hittegolf met temperaturen van boven de 35 graden overdag. Van opruimen, klussen en vaarklaar maken komt dus niet zoveel want meer dan 3 uur per dag iets doen is niet mogelijk.

Privé zwembad voor Charlie, in de kuip

Dus doen we er 4 dagen over, maar dat mag de pret niet drukken. Charlie went ook snel aan de boot als haar leefomgeving.

Vandaag, 30 augustus, is het dan eindelijk tijd voor het eerste stukje varen, nadat we gisteren nog even een kleine malheur op te lossen hadden met de elektrische boiler. Met de hulp van werfbaas Massimo was dat ook weer snel verholpen, ook omdat we zelf het reserve onderdeel bij ons hadden.

We varen op de motor 3 mijl naar de jachthaven van Brindisi die helemaal op het uiterste puntje van de pieren ligt. Mooi even kijken of alles goed werkt en of Charlie het leuk vindt. Dat bleek wel, zie de foto.

We varen de diepe havenmond van Brindisi uit.

In Brindisi Marina waren we al eerder geweest en we liggen ongeveer op dezelfde plek, tegenover een splinternieuwe GS48.

Met de auto verkennen we het binnenland van Puglia

We huren een auto bij Greta, de vriendelijke “conciërge” van de jachthaven. Ze geeft ons veel tips en boekjes plus een goede overzichtskaart van Puglia. We gaan direct op stap.

12 mei gaan we naar het noordwesten, Valle d’Itria in. Eerst bezoeken we Ostuni en Locorotondo, twee mooie witte stadjes, beiden op een heuvel gelegen. Vanuit Ostuni zie je in de verte beneden de zee en in Locorotondo kijk je meer naar het binnenland en zie je de eerste Trulli huizen liggen.

Vandaar gaan we naar Martina Franca waar we heerlijk lunchen midden in de mooie oude stad. We drinken er voor het eerst een glas Verdeca, een autochtone druif, een lekkere wijn met veel body, iets kruidig maar ook mooi droog en fris. Die gaan we kopen…

Martina Franca

De volgende halte is Alberobello, het beroemde (Unesco) Trullidorp. We lopen eerst door het toeristische deel en daarna aan de andere kant van de doorgaande weg op de tegenoverliggende heuvel door het rustige deel, dat meer een woonbuurt lijkt te zijn. Het is een heel bijzondere bouwstijl uit de 15e eeuw. De stenen op het kegelvormige dak lagen oorspronkelijk los gestapeld zodat je de hele zaak snel kon laten instorten. Zo hoefde je in die tijd geen belasting voor je huis te betalen.

Trullo huis
Een heel Trulli dorp

De laatste stop voor deze dag is Castellana Grotte, waar we de grotten gaan bezoeken met een lokale gids die Frans spreekt. De grotten strekken zich uit over een gebied van 184 km. Er zijn duizenden stalagmieten en stalagmieten te zien. We bezoeken een gebied van 2 km op 150 m diepte en dit was al indrukwekkend. Jammer genoeg is fotograferen in de grot verboden.

De volgende dag doen we eerst boodschappen met de auto. Daarna gaan we naar Lecce en Manduria, ten zuidoosten van Brindisi. In Lecce bezoeken we het oude seminarie en 3 kerken, allemaal weelderig in barokstijl gebouwd. De dom is toch wel de meest indrukwekkende kerk. Natuurlijk kopen we ook Pastichiotto’s, de beroemde taartjes van Lecce. We kopen ze bij Natale, een van de beste pasticcerias van de stad volgens Ciao Tutti.

Marleen bij de tweede zuil van het einde van de via Appia. Deze hoort in Brindisi te staan maar is ooit hierheen verplaatst
Pastichiotti

We gaan op weg naar Manduria in de verwachting daar te lunchen en het Primitivo wijnmuseum te zien. Lunchen doen we bij het lokale ristorante Locando, waar het vol zit met locale families voor de zaterdagse lunch. We worden hartelijk ontvangen door Paula en haar vader. Het blijkt een familiebedrijf te zijn dat al sinds de dertiger jaren bestaat. We eten heerlijke lokale gerechten, drinken wijn uit een fles zonder etiket en je betaalt voor het deel wat de fles leger wordt. Echt heel leuk. Bij de koffie krijgen we zelfgemaakte limoncello van de moeder, die glundert als we haar bedanken.

La Locando

Na de lunch gaan we naar het wijnmuseum. Dat stelt niet heel veel voor maar het complex waar het ligt is enorm. Hier zetelt de cooperativa di Manduria, waar ze bijna honderd jaar geleden de basis hebben gelegd voor de eerste DOCG (beschermde herkomstbepaling) van de Primitivo. Tot lang daarna werd de wijn hier nog steeds in bulk verkocht om wijnen uit Nood Italië mee “aan te sterken”. Maar sinds de jaren 80 en 90 is er echt de ambitie gekomen om van de Primitivo een eigen goede DOCG wijnproduktie te maken. Met de 9000 hectare van de cooperativa tezamen wordt er in allerlei kwaliteiten wijn gemaakt; de meest eenvoudige kun je gewoon tanken uit een soort benzinepomp in jerrycans. Maar ze maken ook dure prijswinnaars. Na wat proeven kopen wij iets er tussenin, Rosato en Rosso. En natuurlijk 2 flessen Verdeca die ze hier ook zelf verbouwen. Voldaan rijden we weer naar de boot….

Tankstation…..

9 en 10 mei: om de hak van de laars naar Brindisi

9 mei wordt weer een dag van meer dan 60 mijl.

Gallipoli bij vertrek

We varen rond de punt van de hak (Leuca zoals de Grieken dit al noemden vanwege de krijtrotsen)

Na weer een lange dag stoppen we in San Foca, niet heel interessant maar wel een goede plek voor de nacht met heel vriendelijke ontvangst.

Op 10 mei varen we dan het laatste stuk van dit voorjaar en komen om 13 uur in Brindisi aan. We gaan in de grote jachthaven liggen buiten de stad. Het gaat in de middag al hard waaien en ook regenen. Dat blijft de komende dagen zo dus we zijn op tijd hier. We huren 2 dagen een auto om wat van het binnenland van Puglia te zien.

We krijgen van de dame van de autoverhuur veel info en de sleutel tot Puglia….

Naar Puglia

8 mei vertrekken we bij het krieken van de dag om weer 75 mijl naar het noordoosten te komen. Het wordt motoren want de hele dag is er geen wind. Wel helemaal bewolkt en koud. Om de beurt kruipen we beneden nog even op de bank om een slaapje te doen.

We komen om ca 17:00 aan in Gallipoli (de mooie stad volgens de oude Grieken) en onze gereserveerd plek in de jachthaven van Blue Salento is er nog. Wel cash betalen bij de marinero want het kantoor is al dicht….

We lopen het oude stadje in dat op een schiereiland ligt. Het lijkt wel wat op Ortigia, de oude stad van Siracusa. Maar dan wat kleiner, eenvoudiger en met minder toeristen (nu nog, maar in het hoogseizoen verandert dat wel).

De oude burcht van Gallipoli
Kunstwerk in het water voor de burcht, een zee egel van formaat….

We eten heerlijk in de Trattoria della Stazione, net buiten het oude centrum bij het station. Veel leuker en beter dan de naam suggereert! We zijn in Puglia!

5-6 mei: echt mooi zeilen!

Op 5 mei varen we om 06:45 de haven van Riposto uit. Geen wind maar heel mooi weer. We zien de Etna met sneeuwtop en pluimpje rook langzaam uit het zicht verdwijnen. We zetten uit voorzorg toch 2 reven in het grootzeil, We steken de straat van Messina over naar Calabrië en we hebben al 3 keer eerder meegemaakt dat de wind midden op de oversteek flink kan aanwakkeren. Dat gebeurt ook deze keer. Eerst komt de wind in op 65 graden, dan neemt hij toe tot maximaal 22 knopen en draait naar 90 graden. We varen hard met een maximum snelheid van 10,4 knopen. Later draait de wind steeds verder naar achteren en neemt weer af. Eenmaal onder de kust van Calabrië is er helemaal geen wind meer en motoren we de laatste 25 mijl (van de 74). We zien 3 verschillende scholen dolfijnen onderweg, die spelen rond de boot. Om 17:45 uur komen we aan in Rocella Ionica waar we in de windstille avond lekker in de kuip nagenieten.

Dag Etna..
Dolfijnen
Even rust na 75 mijl over de straat van Messina

Op 6 mei gaan we direct verder. Om 07:45uur varen we op de motor naar buiten voor de trip naar Crotone, 63,5 mijl. We steken de hiel van de laars over en daar waait het weer, halve wind met een maximum van 16 knopen. Nog een dag lekker zeilen in de volle zon dus. 9 mijl voor Capo Colonne valt de wind weer helemaal wegen gaan we het laatste stukje weer op de motor. We komen om 17:30 uur aan en krijgen een prima plek bij de Yachting Kroton Club.

Uitzicht vanaf de boot op Crotone

De volgende dag blijven we liggen. Even rust, maar ook de boot schoonmaken en het zout eraf spoelen. Marleen doet de was bij het havenkantoor en we halen boodschappen voor de winkels sluiten om 13:00 uur (zondag). Er is nog 1 viswinkel open waar we mooie gamberi rosi kopen waar we vanavond van gaan genieten met een witte Ciro (lokale wijn van de greco druif). Het is weer een mooie dag.

Onbekende wijn uit Calabrië van de Greco druif

4 mei varen we weer een stukje

Het weer klaart op dus we varen naar Riposto, een jachthaven aan de voet van de Etna. Die zit nog wel de hele dag in de wolken die maar langzaam oplossen. Je ziet wel een stukje, zelfs met sneeuw. In de avond komt hij tevoorschijn

Onderweg passeren we Arcitrezza, waar de stenen in het water liggen, die de Cycloop naar Odysseus op zijn schip gooide nadat Odysseus hem 1 oog uit had gestoken. Hij miste doel natuurlijk maar de enorme lavablokken liggen er nog steeds om ons aan deze mythe te herinneren…