10 en 11 april: rondsnuffelen op de BVI
We bleven eerst een paar dagen in the Bitter End. Mooi!
10 april voeren we naar Spanish Town, de hoofdstad van Virgin Gorda met een heuse jachthaven, een chandlery en een supermarkt. Prima haven, even fourageren maar verder was het niet veel.
11 april hebben we vanaf Spanish Town wel een heel mooi uitstapje per taxi naar the Baths gemaakt met een aantal van de bekende groep andere boten (Maranne, Ikiro, Starship). Taxi’s zijn hier pick-up trucks met een huif en banken achterin de laadbak….The Baths is een fraaie rotsformatie aan de ZW-kant van Virgin Gorda waar je vroeg moet zijn. Om 08:15 waren we de eerste bezoekers op de trail en daarna op het snorkelstrand waar dus nog veel mooie vissen te zien waren. Na ons kwamen de hordes Amerikanen van een cruiseschip en waren alle vissen waarschijnlijk wel gevlucht.
Hierna voeren we wel bijna 6 mijl naar Marina Cay, een heel klein eilandje met een rif ernaast waarachter je mooi beschut ligt. Op het eilandje is een hotel met 8 kamers, een strandrestaurant en een Pusser’s kleding- en rumwinkel. We vermaken ons dus wel even hier. Dit bounty-eilandje is in 1937 door een jong echtpaar (Robb en Rodie White) gekocht van de Engelse staat voor 60 pond en daarna hebben ze hier 3 jaar hun huwelijksreis doorgebracht en zelf een huis gebouwd en geleefd van de zee en de grond waarop ze e.e.a. wisten te verbouwen. Daar is een film van die je op youtube kunt vinden (“our virgin island”).
Nu is het niet meer van hen maar van Pusser (rumfabrikant met een eigen kledinglijn, die o.a. de rum maakt die de Royal Navy sinds 300 jaar voor haar bemanning koopt). En die maakte er een mooi plekje van voor ons yachties.
7 april: oversteekje naar de BVI
We vertrokken om 04:30 in het donker uit Road Bay. 4 onverlichte eilandje voor de kust en heel wat vissersboeien die we op de heenweg gespot hadden maken ons voorzichtig. De eerste 10 mijl alleen op dubbelgereefd grootzeil en motor uit om geen lijnen in de schroef te krijgen.
Toen het licht werd kwamen we in diep water en ging de genua erbij. We voeren de hele dag ruime wind naar Virgin Gorda waar we om 15:30 aankwamen. 82 mijl in 11 uur, prima met een conservatieve zeilvoering met zijn tweetjes.
We hadden gepland voor sluitingstijd van de douane in Gun Creek (North Sound westzijde) te zijn maar de beambten vonden het zeker genoeg geweest want toen we om 16:00 voor hun steigertje in Gun Creek ankerden, kregen we van vrienden van de Maranne en Ikiro vanaf de steiger te horen dat de zaak al gesloten was. Met dank voor dit bericht dus weer ankerop en naar The Bitter End Yachtclub gevaren aan de overkant van de baai. Mooie luxe haven met hotel en restaurants. We liggen ervoor aan een mooring, dat is heerlijk rustig en onze favoriete manier van verblijf de laatste weken.
8 april met de dinghy terug naar de douane en de supermarkt in Gun Creek en daarna the Bitter End verkend. Frans kwam nog bij Jan en Annelies van de Anne Sophia uit Muiderzand aan boord. Zij varen ook met de ARC Europe mee, leuk want nu zijn we met 2 Nederlandse deelnemers.
Vandaag, 9 april, gaan we achter Saba Rock naar de baai achter het rif kijken met de dinghy. Misschien nog mooi snorkelen? Daarna varen we morgen verder naar waarschijnlijk Spanish Town, met 1000 inwoners het grootste dorp op dit eiland Virgin Gorda.
Het is wel echt Amerikaanser hier, niet alleen de US Dollar als betaalmiddel, maar ook het assortiment in de supermarkt en de sfeer in the Bitter End. Luxe Carieb dus. Mooi, maar we gaan wel wat zuiniger aan doen als we aan de wal zijn dan. Aan boord eten en drinken we toch nog altijd op topniveau!

strand van The Bitter End Yachtclub, erachter het rif waarachter je nog kunt komen met boot of dinghy
Anguilla: afscheid van de Eastern Caribean
Zaterdag 5 april, we zeilen naar Road Bay aan de ZW kant van Anguilla. Dat vlakke eiland ligt aan de NO-kant van Sint Maarten en is nog steeds een Brise kroonkolonie. Heel rustig en op het eerste gezicht onderontwikkeld, maar er liggen wel heel veel mooie en grote villa’s en resorts bij de prachtig witte stranden. We blijven 2 dagen in Road Bay, waar je goed voor anker ligt, zelfs met 20-25 knopen wind over dek. Een kleine swell in de baai, maar dat is geen ramp. Op de wal zijn bijna alle restaurantjes verlaten en is de winkel bijna leeg. Het seizoen lijkt voorbij te zijn. We genieten van mooi helder water en weer schildpadden rond de boot en van het mooie strand.
een leergierige gast aan boord!
Van Tintamarre zeilden we terug naar Anse de Marigot (St. Martin) waar we voor anker gingen. Florian van Starship zeilde met ons mee en vermaakte zich prima achter het stuurwiel. Marleen en ik kregen om de haverklap opdrachten om genua of main bij te trimmen en meestal klopten ze ook aardig. Hij heeft er gevoel voor!
Hierna vertelden zijn ouders, Ushi en Dietmar, dat hij wel kritischer was aan boord bij hen. Op de volgende oversteek (naar Virgin Gorda) hadden ze heel wat te horen gekregen over de zeiltrim van Starship…. ze gaan nu wel een stuk harder dan hiervoor, dus het hele gezin heeft er lol in.
Naar Grande Case en Ile Tintamarre
Dit zijn namen die jullie weinig zeggen natuurlijk. We voeren langs de Franse kant van Sint Maarten naar deze mooie baaitjes. Grande Case is gezellig, met een dorpje en veel strandtenten. Ile Tintamarre is daarentegen helemaal onbewoond en lijkt wel een soort waddeneiland. We lagen aan een keurige mooring voor een paradijselijk strand waar we barbecueden met Starship. En we zagen heel wat vissen en schildpadden.
Naar Nevis en St Barths en St Martin
Na een week leuke ankerplaatsen bij Nevis (Charlestown), en St. Barths (Anse de Colombier) liggen we nu in Marigot aan de Franse kant van Sint Maarten (Saint Martin dus).
We hadden op Nevis echt het gevoel weer terug te zijn in de nog wat onderontwikkelde Carieb van het Zuiden (Grenadines). We bleven dus 2 dagen. Een klein dorpje met alleen moorings en geen haven, kleine winkeltjes en weinig luxe. Tot je over het eiland rijdt en ziet wat een super chique hotels er staan, allemaal omgebouwde plantagehuizen van vroeger. Princess Diana bivakkeerde in 1 van deze hotels anderhalf jaar tijdens of na haar scheiding met Charles. Ik hoop voor haar dat ze wat korting kreeg want de prijzen begonnen bij 1200 US Dollar per nacht…..Leuke eilandtocht gemaakt dus.
Na Nevis een prachtige zeildag naar St Barths, het chique eiland (Monaco van de Carieb wordt het wel genoemd). De haven was vol vanwege de St Barths Bucket (invitation race voor ca 40 superjachten > 90 ft only). Daarom gingen we juist hierheen om dat eens te bekijken. We gingen om de hoek naar de baai Anse de Colombier waar goede moorings zijn. Helemaal verlaten, behalve 20 andere jachten. Alleen bereikbaar per boot of wandelpad. We liepen over het bergpad langs de atlantische kant van het eiland naar een dorpje vanwaar we de taxi namen naar Gustavia, het havenplaatsje aan de lijzijde waar het te doen was. Mooie klassieke schepen maar ook patserjachten (Perini Navi’s) gezien.
Na 2 dagen op St Barths zeilden we prachtig halve wind naar Sint Martin en voeren en passant tegen het wedstrijdveld in (aan lijzijde om beleefd te blijven). Mooie foto’s gemaakt o.a. van Rainbow, de mooiste J die er is!
Op Saint Martin is het druk maar gezellig. Goede winkels, lekkere bakker en prima yacht services hier. Wel weer erg Europees/Frans maar ook een vleugje USA erin. Niet meer zo Caribisch. Vanavond lekker uit eten, Johanneke trakteert op haar laatste avond hier.
filmpje “Caribean atmosphere”….
Vandaag geklust en schoongemaakt. Als beloning gingen we naar de after-work friday borrel in de pool-bar hier. Happy hour met live muziek van een steelband, een rumpunch of een glas rosé. Waarom komen jullie niet allemaal hier naartoe?
Naar Jolly Harbour: hier begint de Carieb die we uit de folder kennen
20 maart: we zeilen van Nonsuch Bay langs de zuidkust van Antigua. Eerst even een paar mijl tegen wind en golven van 1,5 meter in om de baai weer uit te komen tussen de riffen door. Daarna ruime wind, dus genieten met 16-20 knopen wind. Dagrecord, weekrecord en maandrecord gaat naar Marleen (10,2 knopen) en dat met gereefd grootzeil.
Om de hoek langs de westkust wordt het ondiep en navigeren we tussen de banken en koraalriffen door naar de kust. Groenblauw water (ondiep) en witte stranden, dat is de Carieb van de bekende foto’s.
Jolly Harbour is mooi aangelegd, wel weer een grote moderne haven. Goede voorzieningen zoals wasserij, goede chandlery, grote supermarkt, zwembad… Mooi bungalowdorp ernaast met veel 4-wheeldrives en golfcarts waarmee men naar het strand rijdt . Het doet al wat Amerikaans aan allemaal. Mooi strand ervoor met de Castaway Beach Bar (lijkt wel op Rodney Bay met de Spinnakers Bar).
17 en 18 maart: Nonsuch Bay, een vreemde naam voor het paradijs….
Want dat is het! Een echt Caribisch paradijs. Op 9 mijl van English Harbour vaar je tussen het koraal, Green Island en Antigua zelf een baai in van 2 bij 1,5 mijl. Kijk maar eens op google maps aan de ZO kant van Antigua.
Deze baai is open naar het Oosten en de passaatwind blaast dan ook recht in je gezicht. Je ziet en hoort de oceaangolven die vanaf Afrika vrij spel hebben gehad om hier te komen, maar ze breken net voor je ankerplek of mooring op een groot koraalrif dat net onder water steekt. Je ligt dus helemaal rustig.Wat dat betreft lijkt het op Tobago Cays, maar hier is het veel rustiger (maar ca 10 jachten achter het rif).
De naam komt van het schip dat de baai en de invaart ontdekte in de 18e eeuw, het schip de “Nonsuch”. Ook toen al vreemde namen voor schepen, dus.
Verderop de baai in zijn weer andere kleine hoekjes en baaitjes waar je ook kunt ankeren. Daar zijn ook wel grote resorts met mooie stranden.
Vandaag gingen we met de dinghy 1,3 mijl de baai in naar Harmony Hall, een smaakvol aangelegd kleinschalig hotel met artshop en bar/restaurant waar zeilers ook welkom zijn. Wordt gerund door een italiaans echtpaar dat hier 6 maanden zit en dan vanaf mei in de zomer in Bologna een restaurant heeft. Heerlijk gelunched dus met en glas rosé op het terras boven de baai.
We liggen hier met Starship, Heckogecko en Capricorn die we van de ARC kennen en de Maris en Maranne die we in Bequia al eerder tegenkwamen. Op al deze schepen zijn kinderen dus de ankerplek is een speeltuin voor dinghies en surfboards. Gezellige boel dus.
Hiken naar Shirley Heights
15 maart: we lopen de heuvel opvanaf Galleon Beach. Door een schaduwrijk en kurkdroog bospad (Desmonds trail) lopen en klauteren we 200 meter omhoog naar het lookout point. Je hebt daar een prachtig uitzicht over English Harbour en Falmouth Harbour en je kunt zowel de Caribische zee als een stuk oceaan naar het Oosten en zelfs het noorden zien. Niet voor niets het punt waar de engelse marine vroeger haar uitkijk en signaalpost had.
Op de dockyard zelf: een openluchtmuseum
De dockyard was het Refit-Centre voor de Royal Navy van ca 1780 tot ca 1850. Na de definitieve vrede met Frankrijk was de basis niet meer nodig en vervielen de gebouwen snel. Sinds de vijftiger jaren van de 20e eeuw is de hele werf langzaam maar zeker prachtig gerestaureerd. Ook een interessant museum met veel over Lord Nelson natuurlijk, maar ook over de marine en de mensen die er dienden.
Een paar plaatjes van vandaag (Mariëtte en Do: is er wat veranderd?)
Nelsons Dockyard – mooie plaatjes
Antigua – Nelsons Dockyard: anglophilia in de carieb
12 maart: we zeilen van Guadeloupe (Deshaies) naar Antigua. We leggen aan in English Harbour , Nelsons Dockyard, wat we 20 jaar geleden al als opdracht meekregen van Mariette en Do. Ze waren hier toen op huwelijksreis. En ze hebben gelijk! Prachtig historisch plekje waar de Engelse maritieme kracht te zien is. We liggen in een openlucht-scheepvaartmuseum met mooi gerestaureerde officers-quarters, zeilmakerijen en mastenloodsen. In elk daarvan is een nieuwe bewoner gekropen, een restaurant, de douane, een winkeltje, een bakker of een chandlery. Unieke omgeving dus, waar we een paar dagen van gaan genieten.
Intussen ook de Clark Pump van onze watermaker opgehaald die hier klaar lag. De oude ingeleverd en we betalen alleen de verzend- en reparatiekosten van dat oude apparaat. Service van Spectra!
Topspeed naar Deshaies

Genomen vanaf Starship door onze Oostenrijkse vrienden Ushi en Dietmar; iets(!) teveel twist in de main….
11 maart: We varen naar Deshaies vanaf Pointe a Pitre. Dat is 50 mijl om de westkant van Guadeloupe heen. Heerlijk met een schoon onderwaterschip. We varen eindelijk weer met gemak boven de 7 knopen met 10 knopen ware wind met de kleine genua!
Een topdag ook wat het weer betreft: heerlijk rustige oostenwind, droge wolkenvrije lucht en heerlijk warm dus.
Na aankomst gesnorkeld om het anker te checken maar het lag te diep (14 meter) en de zon stond al te laag om het te zien. We liggen wel goed volgens de GPS (ankeralarm) en onze eigen peilingen.
Een prachtige baai met daarbij ook nog een schitterende zonsondergang zonder een wolkje aan de horizon. Lekker in de kuip onder de halfvolle maan dit berichtje typen en dan te kooi.
Morgen door naar Antigua!
Point a Pitre
Ofwel: Pieters Punt! Ooit door een Nederlander (Pieter) zo genoemd en uitgegroeid tot een grote stad op Guadeloupe, met bijbehorende grote marina waar van alles te doen en te koop is voor ons bootjesmensen.
Gisteren vanaf Les Saintes heerlijk 20 mijl hierheen gezeild in de stralende zon. Pieter en Brigitte vertrekken vanaf hier naar huis en wij gaan misschien de boot op de wal zetten voor een nieuwe antifoulinglaag.
We hebben daarna de caranavalsweek (waarin alles dicht is hier) gebruikt om wat te klussen en een dag het eiland rond te rijden met een huurauto. We bezochten natuurlijk weer een waterval in het regenwoud (toeristischer dan op de andere eilanden, maar wel een heel mooie rivier en waterval) en liepen een korte hike door het regenwoud (wel bijna zonder andere toeristen). Daarna reden we langs de westkust en bezochten we de oudste nog werkende koffieplantage van de Carieb (La Griveliere) waar we een leuke rondleiding kregen. Om er te komen moet je een half uur over een heel klein steil bergweggetje een vallei inrijden, waar de koeien los op straat liepen (zie foto). De plantage is in 1786 opgezet door een Breton, vandaar de stijl van de huizen (zie foto). Alles wordt in oorspronkelijke staat hersteld en het geheel is dus een soort openluchtmuseum in wording. Leuk en interessant.
Daarna lunch aan het strand onder de palmbladeren (heerlijke vivanneau a la Creole).
Donderdag na carnaval ging de Aurora het water uit en 4 dagen sliepen we dus op 2,50m hoogte in de boot…. De aangroei werd te storend, niet alleen op de romp maar ook op de schroef. Scheelt met zeilen 0,5 knoop en op de motor meer den 1 knoop!
Op de werf zit Fred Marine, die ons een heel profi behandeling geeft: na de “Kercher” (hoge druk spuitbehandeling in het Frans) volgt schuren, 1 laag primocon en 3 lagen antifouling (op de kiel en bij de waterlijn zelfs 4 lagen). Goed giftig koperhoudend spul dat hier gewoon mag. Hiermee komen we wel schoon in Europa terug, lijkt ons.
In het weekend wordt er natuurlijk niet gewerkt. Dus zaterdag gaan we met Starship 9Beneteau 46 van Dietmar en Ushi met hun 3 kinderenm die ook de ARC deden) een dag zeilen voor Terre Haute, het lagere deel van Guadeloupe. We optimaliseerden de trim van Starship en ankerden achter Isle Gosier voor de lunch. Heerlijk dagje weer op het water!
Les Saintes: tropische en heel mooie eilandjes
Voor Guadeloupe liggen een paar eilanden, die Frans zijn zoals Martinique en Guadeloupe, maar een heel eigen caribische sfeer hebben. We waren op Terre Haute en ankerden in 2 baaien (Pain de Sucre en Islet de Cabrits). Vanaf daar met de dinghy naar het dorpje. Aardig toeristisch vanwege de vele cruiseschepen die hier ook ankeren, maar toch authentiek. Natuurlijk wel Frans stokbrood en echte croissants maar ook veel lokale spullen.
We hoopten hier Eric Faber te ontmoeten maar we lopen elkaar net mis vanwege ons beider zeilplannen maar ook gebrekkige communicatie door slechte emailverbindingen de laatste dagen. Jammer!
Foto’s volgen
Dominica: woestnatuureiland
dinghydock in Roseau met daarachter restaurantje en rumpunchbar
We voeren op 21 feb naar Roseau, de hoofdstand van Dominica. Mooie tocht met flinke wind (ruim) en helaas veel regen.
Dominica(zondagseiland, door Columbus zo genoemd) is heel ruig en mooi. Regenwoud met 365 rivieren waarvan we er 4 gezien hebben. In een ravijntje gezwommen naar een waterval en heerlijk met goat-curry gelunched.
Op de Indian River met een roeiboot het land in met een gids, veel vogels en mooie natuur gezien.
In Portsmouth aan een mooring gelegen (met bewaking!) en een leuke yachties BBQ op het strand meegemaakt die 2 maal per week wordt georganiseerd door de gidsen in het dorp. Prima security en gezelligheid, heel anders dan in de zuidelijke eilanden maar wel met dezelfde soort leefomstandigheden van de mensen (weinig geld, afhankelijk van een paar wandelars en watersporters). Het kan dus wel!
Martinique verkend

slavensavannah (museaal park over het leven van de slaven en hun gebruik van kruiden en bomen om te bouwen en als medicijnen
Eerste met ons 2 een auto gehuurd en naar een rumplantage (Clement) geweest. Ook de Savannah des esclaves bezocht. Daarna kwamen Pieter en Brigitte en zeilden we en ankerden met hen in Anse d’Arlet en Anse Mitan en we bezochten Fort de France en de Jardin de Balata vanaf de marina Pointe du Bout (met een veerbootje over de baai). Vandaag zeilen we verder. Foto’s volgen




































Castaway bar waar we coconut smoothie en veel water dronken (bloedheet)
















































