12 maart: we zeilen van Guadeloupe (Deshaies) naar Antigua. We leggen aan in English Harbour , Nelsons Dockyard, wat we 20 jaar geleden al als opdracht meekregen van Mariette en Do. Ze waren hier toen op huwelijksreis. En ze hebben gelijk! Prachtig historisch plekje waar de Engelse maritieme kracht te zien is. We liggen in een openlucht-scheepvaartmuseum met mooi gerestaureerde officers-quarters, zeilmakerijen en mastenloodsen. In elk daarvan is een nieuwe bewoner gekropen, een restaurant, de douane, een winkeltje, een bakker of een chandlery. Unieke omgeving dus, waar we een paar dagen van gaan genieten.
Intussen ook de Clark Pump van onze watermaker opgehaald die hier klaar lag. De oude ingeleverd en we betalen alleen de verzend- en reparatiekosten van dat oude apparaat. Service van Spectra!
Genomen vanaf Starship door onze Oostenrijkse vrienden Ushi en Dietmar; iets(!) teveel twist in de main….
11 maart: We varen naar Deshaies vanaf Pointe a Pitre. Dat is 50 mijl om de westkant van Guadeloupe heen. Heerlijk met een schoon onderwaterschip. We varen eindelijk weer met gemak boven de 7 knopen met 10 knopen ware wind met de kleine genua!
Een topdag ook wat het weer betreft: heerlijk rustige oostenwind, droge wolkenvrije lucht en heerlijk warm dus.
Na aankomst gesnorkeld om het anker te checken maar het lag te diep (14 meter) en de zon stond al te laag om het te zien. We liggen wel goed volgens de GPS (ankeralarm) en onze eigen peilingen.
Een prachtige baai met daarbij ook nog een schitterende zonsondergang zonder een wolkje aan de horizon. Lekker in de kuip onder de halfvolle maan dit berichtje typen en dan te kooi.
Morgen door naar Antigua!
eindelijk weer snelheid!
en lekker weer!
waterval die Columbus op het idee bracht dat Guadeloupe belangrijk kon zijn (water!)
Ofwel: Pieters Punt! Ooit door een Nederlander (Pieter) zo genoemd en uitgegroeid tot een grote stad op Guadeloupe, met bijbehorende grote marina waar van alles te doen en te koop is voor ons bootjesmensen.
Gisteren vanaf Les Saintes heerlijk 20 mijl hierheen gezeild in de stralende zon. Pieter en Brigitte vertrekken vanaf hier naar huis en wij gaan misschien de boot op de wal zetten voor een nieuwe antifoulinglaag.
We hebben daarna de caranavalsweek (waarin alles dicht is hier) gebruikt om wat te klussen en een dag het eiland rond te rijden met een huurauto. We bezochten natuurlijk weer een waterval in het regenwoud (toeristischer dan op de andere eilanden, maar wel een heel mooie rivier en waterval) en liepen een korte hike door het regenwoud (wel bijna zonder andere toeristen). Daarna reden we langs de westkust en bezochten we de oudste nog werkende koffieplantage van de Carieb (La Griveliere) waar we een leuke rondleiding kregen. Om er te komen moet je een half uur over een heel klein steil bergweggetje een vallei inrijden, waar de koeien los op straat liepen (zie foto). De plantage is in 1786 opgezet door een Breton, vandaar de stijl van de huizen (zie foto). Alles wordt in oorspronkelijke staat hersteld en het geheel is dus een soort openluchtmuseum in wording. Leuk en interessant.
Daarna lunch aan het strand onder de palmbladeren (heerlijke vivanneau a la Creole).
Donderdag na carnaval ging de Aurora het water uit en 4 dagen sliepen we dus op 2,50m hoogte in de boot…. De aangroei werd te storend, niet alleen op de romp maar ook op de schroef. Scheelt met zeilen 0,5 knoop en op de motor meer den 1 knoop!
Op de werf zit Fred Marine, die ons een heel profi behandeling geeft: na de “Kercher” (hoge druk spuitbehandeling in het Frans) volgt schuren, 1 laag primocon en 3 lagen antifouling (op de kiel en bij de waterlijn zelfs 4 lagen). Goed giftig koperhoudend spul dat hier gewoon mag. Hiermee komen we wel schoon in Europa terug, lijkt ons.
In het weekend wordt er natuurlijk niet gewerkt. Dus zaterdag gaan we met Starship 9Beneteau 46 van Dietmar en Ushi met hun 3 kinderenm die ook de ARC deden) een dag zeilen voor Terre Haute, het lagere deel van Guadeloupe. We optimaliseerden de trim van Starship en ankerden achter Isle Gosier voor de lunch. Heerlijk dagje weer op het water!
Voor Guadeloupe liggen een paar eilanden, die Frans zijn zoals Martinique en Guadeloupe, maar een heel eigen caribische sfeer hebben. We waren op Terre Haute en ankerden in 2 baaien (Pain de Sucre en Islet de Cabrits). Vanaf daar met de dinghy naar het dorpje. Aardig toeristisch vanwege de vele cruiseschepen die hier ook ankeren, maar toch authentiek. Natuurlijk wel Frans stokbrood en echte croissants maar ook veel lokale spullen.
We hoopten hier Eric Faber te ontmoeten maar we lopen elkaar net mis vanwege ons beider zeilplannen maar ook gebrekkige communicatie door slechte emailverbindingen de laatste dagen. Jammer!
dinghydock in Roseau met daarachter restaurantje en rumpunchbar
dit spreekt voor zich….
Trafalgar falls in het binnenland
zwemmen onder de falls
We voeren op 21 feb naar Roseau, de hoofdstand van Dominica. Mooie tocht met flinke wind (ruim) en helaas veel regen.
Dominica(zondagseiland, door Columbus zo genoemd) is heel ruig en mooi. Regenwoud met 365 rivieren waarvan we er 4 gezien hebben. In een ravijntje gezwommen naar een waterval en heerlijk met goat-curry gelunched.
Op de Indian River met een roeiboot het land in met een gids, veel vogels en mooie natuur gezien.
In Portsmouth aan een mooring gelegen (met bewaking!) en een leuke yachties BBQ op het strand meegemaakt die 2 maal per week wordt georganiseerd door de gidsen in het dorp. Prima security en gezelligheid, heel anders dan in de zuidelijke eilanden maar wel met dezelfde soort leefomstandigheden van de mensen (weinig geld, afhankelijk van een paar wandelars en watersporters). Het kan dus wel!
nieuwe vaten in de rumkelders van Habitation “Clement” waar rum als cognac wordt opgevoed
stoommachines in de museumstokerij van Clement
de plantagewoning van le Clement, waar Bush sr. en Mitterand nog een onderonsje hadden
suikerriet plantage op Clement
de gids en oprichter van de Savannah des esclaves in Trois Islets op het ZW deel van Martinique
slavensavannah (museaal park over het leven van de slaven en hun gebruik van kruiden en bomen om te bouwen en als medicijnen
slavenhut in de savannah
Pieter en Brigitte zeilen 2 weken mee
ankerbaai Anse Mitan
zeilers bezoeken tuinen…
boom met luchtwortels verstaagd….
bijzondere palmen en planten in Balata
avontuurlijke wandeling door de tuin van Balata
Bibliotheque Schoelcher in FdF
ankeren bij St Pierre, dat in 1902 door een orkaan is verwoest
de ruines van de verwoeste schouwburg van St Pierre.
Fort de France, hoofdstad van Martinique, vanaf de zee
Eerste met ons 2 een auto gehuurd en naar een rumplantage (Clement) geweest. Ook de Savannah des esclaves bezocht. Daarna kwamen Pieter en Brigitte en zeilden we en ankerden met hen in Anse d’Arlet en Anse Mitan en we bezochten Fort de France en de Jardin de Balata vanaf de marina Pointe du Bout (met een veerbootje over de baai). Vandaag zeilen we verder. Foto’s volgen
Water is schaars op de kleine eilanden, hoeveel het soms ook kan regenen. Er is nl. ook een lange droge tijd (die nog niet is begonnen dit jaar trouwens, we hebben vaak een tropische bui of 2-3 per dag, maar die duren maar 10 minuten en daarna is alles snel weer droog).
Op Mayreau heeft Dennis (de zelfbenoemde “eilandkoning”) een grote watermakerplant gebouwd waar iedereen water van kan kopen. Yachties ook maar dan moeten ze wel bij de veerbootsteiger kunnen komen waar het voor ons te ondiep was. Watermaker aanzetten dus.
Op Bequia is Daffo een slim businessmodel gestart met haar Daffodil Yacht Services. Deze onderneemster heeft 2 gele boten rondvaren door de baai die je kunt oproepen per VHF. Zij hebben grote diesel- (niet echt betrouwbaar) en drinkwatertanks aan boord en pompen de door jou gevraagde hoeveelheid graag tegen betaling over in jouw tank.
Het water blijkt zij in te kopen van de lokale bewoners, die allemaal een regenopslagtank hebben om de droge tijd te kunnen overbruggen. Soms hebben ze teveel (als het veel regent bijv) en dan komt Daffo dat graag halen. De marge die ze maakt ken ik niet maar dat zal wel goed zitten….We hebben het water niet gedronken toen we dit wisten, maar voor douchen en afwassen was het natuurlijk prima,
Haar boatboys die de tankbootjes besturen verdienen in ieder geval niet veel. Ze lopen in kleren vol gaten en de man die ons hielp met watertanken zat tijdens het pompen te vissen. Hij ving gewoon even 3 vissen voor het avondeten met zijn moeder, zo vertelde hij.
Daffo’s waterboot naast de Windsurf van Marianne en Peter
Een mooring (in het Frans “Corps mort”….) is een interessant bezit in the Grenadines. Misschien elders ook, maar in Bequia hebben we het het best gezien. Verschillende particulieren of bedrijfjes hebben er moorings (boeien waaraan je je boot kunt vastmaken zodat je niet hoeft te ankeren. Daar betaal je wel voor natuurlijk, ca 50-80 EC per nacht (15-20 euro). Eerst komt er een bootje (of twee, drie) naar je toe als je de baai binnenvaart; zij bieden je allemaal aan te helpen bij het vinden en vastmaken aan een mooring die zij “beheren” voor de eigenaar. Als je hun diensten gebruikt, verwachten ze wel een fooi (5EC minimaal = 1,3 euro) voor de hulp. Later komen ze dan terug of komt de eigenaar om echt af te rekenen. Van de opbrengst gaat 20 EC naar de “aanbrenger” in het bootje, zo hebben we begrepen. Leuke manier om je geld te verdienen, want met 60 EC per dag komen deze mensen wel ongeveer rond, schat ik.
De eigenaar van de mooring doet helemaal niets voor zijn geld, behalve de eenmalige investering in de boei, een lijn of ketting en een blok beton op de bodem. Vaak roesten de kettingen en harpen door of schavielen de lijnen waardoor zo’n mooring niet altijd even betrouwbaar is. Onderhoud gebeurt niet. Als een mooring op drift raakt (met jouw boot eraan ) is dat jouw probleem. Daarna beslissen ze wel weer of ze op dat moment geld hebben om in een nieuwe te investeren.
We hebben de eerste keer op Bequia meegemaakt dat de aanbrenger ons aan een andere mooring wou hebben dan wij wilden. Uiteindelijk hielp hij ons toch, inde het geld voor de nacht en later bleek dat hij helemaal niet het recht had dat te doen. Degene die op de mooring paste kwam ook nog een keer geld halen namelijk…. We hebben toen gezegd dat ze maar samen moesten terugkomen om het uit te leggen. Dat gebeurde natuurlijk niet, maar de volgende dag hebben we de echte eigenaar gesproken die bevestigde dat het eerste mannetje dat niet had mogen doen; geld heeft hij van hem nooit gezien maar hij nam het ons niet kwalijk.
hypermodern maar wat onpersoonlijk haven- en winkelcentrum in le Marin
9 februari: in 3,5 uur zeilen (25 mijl) ben je vanuit de echte Carieb in een Frans-mediterrane omgeving beland. Martinique dus. Het is even wennen: Frans spreken, luxe duidelijk zichtbaar overal, aanleggen met een mooring van voren en een drijfsteiger achter, geen boat boys en de prijzen (in euro’s) zijn weer hoger. Ook voordelen: inklaren gaat gewoon simpel met self-service op een PC, je kunt weer camping gaz krijgen, uitgebreide watersportwinkels etc.
Morgen gaan we pas zien wat de Carrefour supermarkt allemaal heeft (franse kazen en wijnen en pate’s bijv….) en natuurlijk verse baguettes en croissants.
We zijn nu in le Marin (voor wie het nog niet had geraden uit het bovenstaande) en blijven hier een paar dagen. Auto gehuurd voor donderdag en vrijdag.Dan komen Pieter en Brigitte en varen we met hen langs het eiland (en langs ankerbaaien en veel leuke plekjes natuurlijk)
bijgaand kaartje toont op een wat amateuristische wijze hoe we gevaren zijn. Dat kan handig zijn voor degenen die de namen van alle Caribische eilanden niet direct geografisch thuis kunnen brengen.
De blauwe lijn is de heenreis, de oranje lijn is de terugreis.
Vandaag voeren we van Bequia naar Saint Lucia (Rodney Bay). Omdat je hier niet graag met donker vertrekt of aankomt, is je actieradius beperkt tot de 12 uur daglicht die je hier hebt.
De wind zou ONO 15-20 knopen zijn dus wij om half zes opgestaan en om 10 over zes (net genoeg daglicht) weg. Tussen de vele geankerde jachten in Admirality Bay wegkomen moet je echt niet doen met minder daglicht. Daarna eerst 12 mijl net iets hoger dan halve wind naar de zuidpunt van Saint Vincent met precies de beloofde wind. Daar viel de wind toch teveel weg om tempo te maken en moest de motor 3 uur bij. Bij de Noordpunt van het eiland woei het >25 knopen en gingen we 23 mijl hoog aan de wind gaan varen, want Sint Lucia ligt oostelijker van Saint Vincent. Heerlijk gezeild behalve een paar massieve golven die over de hele boot heensloegen (schuifluik onder de buiskap stond natuurlijk open en daardoor werd het zelfs tussen de randen van de buiskap door goed nat binnen). De wind nam na een mijl of 6 af tot ca 18 knopen. Het laatste stuk onder de lij van Saint Lucia weer minder wind en moest helaas de motor er weer bij, omdat we voor donker binnen wilden zijn. Om kwart voor vijf voeren we de haven in. We lagen om 17 uur vast. Net te laat om in te klaren maar dat komt morgen wel. De dockmaster sloot ons wel direct aan op water en electriciteit en gaf ons een wifi code.
Op Swan Valhalla was activiteit, we liggen aan dezelfde steiger dus misschien zien we Sam nog later deze week.
in de kuip van de Anna op de dag van onze aankomst
tonijn zo uit de zee in de pan
Gezellig een paar dagen in Admirality Bay, veel opgetrokken met Mieke en Eric van de Anna, een Belgisch stel die ook met de ARC meededen met hun nieuwe Southerly 47.
Gisteren zaten we aan de borrel met hen op de Aurora toen een visser een tonijn kwam afleveren die Eric “besteld” had. Gevangen in het ruime vaarwater tussen Bequia en Saint Vincent, ter plekke gefileerd door de visser en bij ons in de pan. Heerlijk!
Vanmiddag naar het strand bij Jacks Bar en morgen gaan we hoogstwaarschijnlijk naar Saint Lucia terug. We hebben al uitgechecked bij de douane en immigration hier. Dat zijn 2 verschillende diensten, die allebei je paspoort willen zien en stempelen, formulieren in 3-voud invullen met carbonnetjes ertussen en vervolgens ook “duties” innen waar je dan weer een handgeschreven receipt voor krijgt. In hun mission statement staat dat zij streven naar een naadloos proces door alle afdelingen in 1 gebouw te combineren en vooral werken om de human resources (werkgelegenheid) en de financiële positie van de staat te helpen…..ben je nog steeds een kwartier bezig zelfs als er geen wachtenden voor je zijn, maar alles gaat met een vriendelijke lach. Live slow, sail fast.
2 februari: we varen 40 mijl aan de wind van Carriacou naar Bekwee (zoals ze het hier uitspreken). Flinke wind dus stagfok en een 2e rif erin. Stralend weer en dan die >25 knopen schijnbare wind in je gezicht met af en toe een flinke golf in je gezicht. We waren mooi op tijd in Bequia om nog in te klaren (gisteren op Carriacou uitgeklaard want dat was nog Grenada, Bequia hoort bij Saint Vincent). We hebben er een uur over gedaan bij de customs en de immigration omdat er 5 mensen voor ons waren. Weer een paar mooie stempels erbij in onze paspoorten, dat wel! We moesten “overtime” betalen omdat we in het weekend wilden inklaren…. zo verdient Saint Vincent dus haar geld.
Vanavond geborreld en gegeten met Mieke en Eric, die we al op Lanzarote leerden kennen en die ook de ARC meevoeren, Zij liggen hier al een paar dagen en gaan hierna juist naar het Zuiden, waar wij al geweest zijn.
Wij varen waarschijnlijk woensdag naar Saint Lucia en dan verder naar Martinique. Je leest het wel….
Dragon Bay Grenada: wij lagen hier als enige boot….
30 januari: we zeilden van Whisper Cove langs St George naar Dragons Bay. We waren laterin de middag de enige boot in de baai. Supermooie omgeving, gelukkig zijn we niet lastiggevallen in de nact.
31 januari: om kwart voor 8 vertrokken omdat we dachten stroom en wind tegen te krijgen naar Carriacou (35 mijl ten N van Grenada en een eiland dat nog bij Grenada hoort). De stroom loopt hier nl. altijd west in de zeegaten tenzij het vloed wordt. Moet je goed leren berekenen met de tijd van opkomst en ondergang van de maan. Ik vertrouwde het niet erg, De wind bleek precies Oost dus was het net bezeild naar het NO. En de stroom was tot 12 uur mee (bleek ik toch goed uitgerekend te hebben met behulp van de stand van de maan).
TyrellBay is een soort mini-Bequia maar dan rustiger en geen boat boys om je heen. Leuk en mooi. Er is hier zelfs een jachtwerfje dat professioneel werk levert en duidelijk in opkomst is. Verder gratis wifi als je een paar dollar in de collectebus stopt om het schoolgeld van de kinderen op Carriacou te helpen betalen. Mooi initiatief van restaurant The Slipway naast het werfje.
We voeren op 28 januari van St. George naar Whisper Cove, een aanrader van George!. Deze cove ligt heel beschut in de Clarke’s bay tussen Hog Island en Salivigny Island. Op zee eerst kruisen (een mijl of 8) met flinke golven, dan zie je bij de kust een gaatje tussen de brekers en plotseling is daar het groene boeitje van de geul. Oppassen want de boeien schijnen hier af en toe ook verkeerd te liggen (afgedreven bijvoorbeeld). Maar alles gaat goed en we varen de mooie en diepe beschutte baai in. Whisper Cove is een kleine inhan achterin deze baai waar Gilles en Mary (een Frans Canadees echtpaar) zijn neergestreken. Zij kwamen hier 5 jaar geleden met hun zeiljacht, zagen het destijds wat verlopen haventje en kochten het. Nu is het hier een heel gezellige kleine marina (16 plaatsen) waar zeker 3 andere Frans-Canadese jachten ook permanent hun ligplaats lijken te hebben gevonden. Frans praten op de steiger dus! Er ligt ook nog een Argentijn met een mooie, zelfontworpen 38 voeter die naar de Caribean 500 gaat (race in Antigua).
We lunchen bij Gilles en Mary en eten zelfgeprepareerd vlees. Gilles is nl. de enige echte slager van Grenada (en van de hele Carieb als je hem mag geloven). Hij koopt selectief vee van lokale boeren, slacht zelf en laat het vlees zorgvuldig rijpen. Geweldige selectie heerlijkheden, waaruit we nog een keus moeten maken voor in onze ijskast. Daarom gisterenavond alleen een salade in restaurant Aurora, wel met verse ham van Gilles. Vanavond is er Jam Session Pizza. Het restaurant is eigenlijk gesloten, maar Gilles heeft zin in pizza en komt op de steiger vragen wie er mee-eet. Je kunt je eigen pizza samenstellen met alle ingrediënten van Gilles eigen keuken,inclusief kaasjes uit Trinidad, zelfgemaakte salami, ham en worstjes. We gaan het meemaken!
We hebben dit weer verdiend door vanochten een flinke wandeling te maken in de heuvels achter de haven. Je overziet niet goed hoe ver allesis dus liepen we uiteindelijk een uur naar Woburn, het dichtsbijzijnde dorpje en weer terug.
Halifax Bay: Mooie baai maar jammer genoeg achterin de vuilnisbelt….
Grenada heeft een bewogen geschiedenis: De Caribs werden er in de 17e eeuw door de Fransen uiteindelijk “ondergewerkt” na een veel sterkere tegenstand dan op de meeste andere eilanden. De laatste 40 kozen voor zelfmoord door -in het nauw gedreven op de uiterste noordpunt van het eiland- zich te pletter te storten vanaf deze tientallen meters hoge rots. Het dorp daar heet nu “Sauteurs” en de plek zelf “Caribs Leap”. Ook hebben daarna (veel later, toen het eiland Engels bezit was geworden) de slaven succesvol een coup gepleegd en waren zij enige dagen de baas op het eiland. Dat was echter snel over toen de Engelse militairen van elders kwamen. Het land werd in 1974 onafhankelijk maar bleef wel lid van de Commonwealth. De gouverneur erkent dus de Engelse koningin als wettig staatshoofd. In 1979 werd er een coup gepleegd door mensen die vonden dat de eerste (democratisch gekozen) gouverneur niet goed genoeg voor het volk opkwam. Nieuwe gouverneur dus. Op socialistische grondslag gebaseerde nieuwe beleidslijnen leidden tot wegtrekken van veel buitenlandse investeerders en toeristen, waarop het eiland juist goed draaide. Veel aandacht voor de lokale produktie van o.a. nootmuskaat (1/3 van de wereldproduktie), cacao en veel andere specerijen (en natuurlijk bananen, suikerriet en rum zoals op elk eiland hier) deed echter ook veel goed voor de economie. In 1983 zette de vice-gouverneur de gouverneur af en deze werd ge-executeerd met 40 getrouwen in het Fort George (lijkt wel wat op Suriname tragedie?). Deze man koos voor een echt marxistisch-militaire lijn. De USA greep na 8 dagen in en herstelde met hulp van de legertjes van andere Caraïbische eilanden de democratische lijnen. Nu is Grenada het meest welvarende land van de windward
nootmuskaat ligt te drogen
de Nutmeg-station van buiten.
de rumfabriek op waterkracht
koperen destillatie-installatie (design anno 1794) om rum te maken
cacaobonen liggen te drogen – in een kas….
Belmont Estate waar cacaobonen worden verbouwd, gedroogd en geleverd aan de Organic Chocolate Factory
nootmuskaat wordt gepeld (100% handmatig!)
, lijkt ons, dankzij nieuw vertrouwen van investeerders en toeristen. Het eiland is bovendien qua natuur het mooiste en ook “wildste” wat we tot nu toe gezien hebben. We reden rond in een busje voor ons 2 en leerden dit verhaal van onze chauffeur.
We bezochten o.a. Belmont Estate, een oude cacaoplantage waar alle bonen worden geleverd aan de lokale chocoladefabriek (Grenada Organic Chocolate), die geen chocola met minder dan 60% cacao produceert (helemaal handmatig). Leuke rondleiding gehad. Ook gingen we langs een nootmuskaat- verwerkingsstation en de historische rumfabriek, waar met een watermolen het suikerriet wordt geperst en met een houtvuur de koperen destillatiekolommen worden verwarmd. Technologie anno 1794 en er komt rum uit van ma. 92% alcohol!. Wel geproefd maar niets gekocht, we hebben nog genoeg “Chairmans Reserve” uit St. Lucia.
Terug via het regenwoud en de oude krater, die nu peilloos diep zoetwater-reservoir is geworden, vanwaaruit get eiland met meer dan 40 rivieren wordt besproeid. Al het drinkwater komt daarvandaan.
Nederlandse J-Classer: de Rainbow (H2) ligt ook in Port Louis
St George, de hoofdstad van Grenada, heeft een mooi waterfront. Deels oud, deels in oude stijl weer opgebouwd na een grote brand.Het ziet er echt Engels koloniaal uit met een fort en een mooi oud regeringsgebouw maar als je erdoorheen loopt is het duidelijk toch een Caraïbisch dorp: een vismarkt, een opn foodmarket waar per dag de stalletjes aan anderen worden verhuurd, veel winkels met spulletjes voor toeristen (er is hier een cruiseterminal). Maar wel rijker en voor je gevoel veiliger dan bijvoorbeeld Castries op st. Lucia. We konden de verleiding niet bedwingen om te gaan lunchen bij BB’s Crabback, aan het water en met BB als kok en animator in het restaurant. Met uitzicht op de jachthaven en de carenage (oude haven) en heerlijke krabgerechtjes natuurlijk.
St. George waterfront
St. George waterfront – oude deel (deel opnieuw opgebouwd)
Zoals al een paar keer eerder beloofd: Het verrassende van het businessmodel van WCC (World Cruising Club) , het bedrijf dat de ARC organiseert en exploiteert, zit in de staart.
We hebben al 3 modellen gezien in eerdere berichten op deze site (kijk nog maar eens terug onder de categorie “nautische businessmodellen”). Allemaal gericht op verschillende doelgroepen met een eigen belofte, diensten en verdienmodel. En allemaal binnen 1 bedrijfje met 11 man personeel.
Het laatste model is de integratie van deze proposities en biedt voor elke doelgroep iets. WCC is hier een uitgever en webshop-exploitant die gebruik maakt van zijn database met deelnemers en alumni van hun zeilrallies. Zij geeft een goed leesbaar blad uit voor hen onder de naam “Latitudes”, dat 4 maal per jaar verschijnt en waarin de bestemmingen en leveranciers weer kunnen adverteren. Daarnaast is er op de website van WCC door deze adverteerders met banners extra aandacht te krijgen en zijn de sponsors ook welkom om hier hun naam tegen betaling (waarschijnlijk) te vermelden. Op de site kunnen zeilers ook online boeken en kaarten bestellen. Dat is geen eigen webshop van WCC maar de exploitatie wordt onder WCC naam uitgevoerd door een goede Engelse nautische boekhandel/webshop. Schoenmaker, blijf bij je leest is het credo van Andrew Bishop en dat is heel goed doordacht, denk ik.
Er is ook een “marktplaats” voor tweedehands spullen en apparatuur voor oceaanzeilers. Daar kun je als geregisteerde deelnemer gratis je advertentie plaatsen en bereik je direct een relevante doelgroep voor jouw overbodig geworden spullen als je oversteek voltooid is en je stopt met grote tochten bijvoorbeeld.
Een andere website die WCC exploiteert is http://www.noonsite.com . Dat is een heel mooi staaltje van crowdsourcing. Je vindt er o.a.beschrijvingen van havens en zeilgebieden en nieuws over veiligheid, waarin actuele ervaringen van zeilers de hoofdrol spelen. De site draait weer op advertising (bescheiden) van ARC sponsors en adverteerders.
Leuk is vooral dat dit “uitgeversmodel” helemaal dienstbaar is aan het primaire doel van WCC: de zeiler helpen zijn droom te realiseren. Chapeau voor de man die dit bedacht eb grootgemaakt heeft. Ik had het zelf wel willen zijn….
Businessmodel 4: de integratie van de modellen 1 t/m 3